De twintigste eeuw: onzekerheid en individualiteit

Ik heb “Vreemder dan je je kunt voorstellen, een alternatieve geschiedenis van de twintigste eeuw” van John Higgs gelezen. Ik vind het een slechte titel, maar een goed boek. Het is heel leuk om aan de hand van allerlei sleutelfiguren door zoveel aspecten van de twintigste eeuw geleid te worden. Knap werk.

Ik heb een beetje slordig uittreksel gemaakt en geprobeerd een rode lijn te vinden in wat de twintigste eeuw nou karakteriseert. Ik kom op twee rode lijnen: 1) geen zekerheid en 2) individualisme.

In de twintigste eeuw is alle zekerheid gaan schuiven. Er is geen centraal punt meer waar alles om draait, vanuit waar zaken bekeken worden of die de waarheid vertegenwoordigen. Alles kan gerelativeerd worden. Natuurkundige wetten blijken ook onzekerheid of een zekere mate van onvoorspelbaarheid in zich te dragen. De wereld word door een deel van de mensheid als absurd en betekenisloos beschouwd. Er is een continue vernieuwing gaande die doel op zich is geworden.

En het individu is heel belangrijk geworden. Het gaat veel meer om “ik wil” en “ik voel”, gekoppeld aan de “ik wil geld”. Bedrijven zijn moeilijk te verantwoording te roepen en bestaan om te groeien zodat er meer geld voor de aandeelhouders wordt verdient. Wat die groei voor het niet-economische deel van de wereld betekent wordt niet beheerst.

Nou ja, nogal zwart/wit natuurlijk, en beperkt. Sorry daarvoor.

Het boek eindigt met een halleluja conclusie dat het met het internet en de sociale netwerken die daardoor ontstaan allemaal goed komt. Dus dat is goed nieuws ;-).