Heidegger, Zijn en Tijd

Hierbij een samenvatting van Heidegger’s “Zijn en Tijd” en wat het lezen en de leesgroep me gebracht heeft. Ik heb het uit mijn hoofd op papier gezet; ik heb niet een samenvatting gemaakt en die steeds verder ingedikt, dan verzuip je. Er hoort een grote disclaimer bij; alhoewel het onzettend interessant is en ik er veel van heb opgestoken, begrijp ik grote delen niet.

De inhoud

Je kunt oneigenlijk en eigenlijk leven. Oneigenlijk is dat je alleen in het nu en in het verleden leeft, dat je geen eigen keuzes maakt, maar doet wat het men van je verwacht. Eigenlijk is dat je zelf je eigen keuzes maakt.

De mens is een erzijn. De wereld en jijzelf zijn niet uit elkaar te trekken. Het is een eenheid. Jij bent niet zonder de wereld, de wereld is niet zonder jou. Jij denkt niet over de wereld of begrijpt de wereld; er is een interactie tussen jou en de wereld die jouw begrip uitmaakt. Er zit geen volgordelijkheid in. Het is gelijkoorsponkelijk. Alles wordt op elkaar geplakt, danwel alles staat open naar elkaar toe. Het groeit en ontstaat en was er al.

Het erzijn a) is geworpen in zijn facticiteit. Hij bevindt zich ergens, hij vindt zichzelf in een bepaalde omstandigheid en plaats. Qua ouders, plaats, genen, wie hij tegenkomt. Dat is het verleden, dat bepaald waar je je nu bevindt. Het erzijn b) vervalt in het nu. Het doet – zonder na te denken of te kiezen – wat het men van hem verlangt. En het erzijn c) is een kunnen-zijn. Wat niet betekent dat je achter de tekentafel de opties op een rij kan zetten en kan kiezen. Maar op dezelfde manier als dat de wereld en de mens op elkaar geplakt worden, worden verleden, heden en toekomst op elkaar geplakt, danwel staan naar elkaar toe open. Je kunt je kunnen-zijn kiezen, vanuit je facticiteit (verleden) en vervallenheid (heden, men). Maar je was altijd al wat je ging kiezen J.

Dit kiezen voor je kunnen-zijn wordt mogelijk gemaakt, je blijft niet hangen in je vervallenheid, door je geweten, wat wakker wordt gemaakt door je angst. Angst is de realisatie dat je leven eindig is, angst voor het bestaan als zodanig. Deze realisatie maakt het leven of het zelf ook tot een geheel. De tijd is dus de voorwaarde waaronder een eigenlijk erzijn ontstaat.

Wat brengt het me

Je leert denken en analyseren  en gevoeligheid voor taal ontwikkelen. Hij doet voor hoe taal je denken bepaald. Door alle neologismen, die hij niet direct definieert, maar neerzet en waar hij steeds meer connotaties omheen bouwt, begin je te zien hoe taal werkt. Er zitten nieuwe concepten in waardoor je op een nieuwe manier over de wereld kunt nadenken. Zonder die concepten kan dat niet.

Een extra motivatie om eigenlijk te leven. Om zelf te kiezen. Meer inzicht in wat zelf kiezen betekent. Dat dit niet los staat van de wereld. Dat dit niet los staat van de omstandigheden waarin je je bevindt en van wat men vindt en wil. Dat het een rare mix, gelijktijdigheid is van kiezen en al gekozen hebben. En dat het toch ook jouw waarheid is waarin je jouw keuzes maakt.

Meer inzicht en handvatten om na te denken over ik en de wereld en de tijd.

Plezier. In het denken en zien. De intellectuele uitdaging volbrengen. Niet de deur uithoeven en zoveel meemaken.

De leesgroep waarin iedereen wel naar elkaar moet luisteren, omdat niemand kan claimen het volledig te begrijpen. Zaken die uitgelegd worden. Luisteren naar ieders standpunten en gedachten. En jezelf beter begrijpen omdat je opeens zaken aan het uitleggen bent.