Spinoza

De laatste tijd ben ik met Spinoza bezig geweest. Ik heb “de draagbare Spinoza” en “Jan Knol, En je zult Spinazie eten” gelezen, weekendcursus Spinoza op de ISVW gevolgd en een goed overzicht van al zijn boeken gevonden door Piet Steenbakkers. Hiervan heb ik uittreksels gemaakt: basis, Ethica en Tractatus theologico-politicus.

De Ethica is moeilijk te lezen. De interpretaties lezend denk je: “stond dat er?” Het suggereert een sluitend systeem, met de aanpak van definities, axioma’s en stellingen die bewezen worden. Dit intrigeert en ik zou (als ik eeuwig leefde, als in zeg 1000 jaar) alles willen begrijpen. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de crux hem zit in de definities en de axioma’s. Daarin stelt hij, door hem te definiëren, dat er een God is. En hij stelt de deterministische wereld waarin alles causaal verbonden is.

Mooi is dat hij zeer gefocust op een te definiëren ethiek begint bij God (een substantie met oneindige attributen, de natuur), afdaalt naar de mens (geest en lichaam als modussen van denken en uitgebreidheid, onderdeel van de natuur), via een kennistheorie (imaginatio, ratio en intuitio) naar de beïnvloeders op het menselijk leven (affecten via de imaginatio) en de adviezen dit te begrijpen en te beheersen met de ratio. Dan “zie” je met je intuitio de noodzakelijkheid van het leven, van de natuur, van God en ben je blij.

De theorie van de affecten (vergelijkbaar met emoties en gevoelens) begrijp ik niet helemaal. De stelling dat de ratio nooit fout zit begrijp ik niet. Dat je met je ratio je gevoelens kunt beheersen is echter een goed advies. En dat je accepteert dat je niet alles beheerst is ook een goed advies.

Mijn grootste probleem zit in het determinisme. Ik geloof niet dat alles vastligt. Ik krijg mijn hoofd niet om de gedachte dat als alles vastligt, dat het dan zin zou hebben om na te denken of om een ethiek te schrijven of te volgen. Bewijs uit het absurde: in de big-bang van 4,2 miljard jaar geleden ligt vast dat ik dit zinnetje schrijf. Ik zal echter nooit een determinist kunnen overtuigen: die zal altijd blijven zeggen: ja. jij dénkt dat je vrij bent. De manier om het aan te tonen? Stel je voor dat je iemand vraagt om een getal onder de tien te noemen. Hij zegt drie. Om aan te tonen dat dit middels de vrije wil ook anders had kunnen zijn, zou je terug moeten gaan naar precies hetzelfde punt en het weer moeten vragen. Dit kan niet. Daarom is het determinisme volgens mij een geloof.

Ik geloof juist dat het leven uit het niets is ontstaan. En dat is de meest karakteristieke eigenschap van het leven: ontstaan uit niets. Zowel het ontstaan van de eerste 1-celligen, het ontstaan van verschillende soorten, als dat ik gedachten uit het niets kan scheppen. Vervolgens heb ik een keuze om met die gedachten iets te doen, om ze mijn gedrag te laten beïnvloeden. Dat is mijn vrije wil, en dat ís mijn bewustzijn. Want als ik geen invloed zou hebben, dan zou ik niet bestaan. Waarbij die vrije wil die ik heb zeker niet absoluut is. Het meeste van wat ik doe, doe ik automatisch, vanuit de stoffelijkheid. Maar met mijn geest kan ik ingrijpen (vooral nee zeggen) of actief alternatieven scheppen.

En als het nou toch een geloof is, determinist of vrije-willer, dan kies ik voor het laatste. Dat is toch een veel leuker leven?