Aleksandr Solzhenitsyn, The Gulag Archipelago, Essence and hów you live

Introduction

I have read the Gulag Archipelago by Solzhenitsyn. It’s about the camps in communist USSR. It was very interesting, the horror meted out in meticulous detail, even though I read the abridged version of 500 pages instead of the original three-volume 1900 pages version. I recommend reading it.

The most interesting part for me was part IV “The Soul and Barbed Wire” though, where he describes what all this misery does to your soul, and then in particular chapter 1, where he describes the ascent of your soul in camp. So I made a detailed summary of part IV and a schematic summary of chapter 1.

Essence, not life; how to live, not the result

The red line I distilled from the first chapter is: you are in camp, and have loads of time to think, but about what, since you are not guilty? Because you are not guilty you get determined to survive, at first with the thought “at any price”. “At any price” means “at the price of someone else”. At this point the big fork, the big choice in camp life lies before you: Do you want to lose your conscience or your life? In this life it is the essence that counts, not life; it is how you live that counts, and not the result. If you make that choice by reconciling yourself with hard work, hunger and death, you become forgiving, merciful and mild; and you become proud and independent of what the bosses want to do to you.

In chapter two there are two examples:

Aunt Dusya Chmil. Guard: “Chmil, what is your article?” Chmil: “What term! … Till God forgives my sins – till then I’ll be serving time.” The Christians died most certainly, but they were not corrupted. Those who managed to see that things were not only bad for them, but even worse, even harder, for the neighbors.

Grigoryev. To guard: “I find it quite repulsive to talk to you. You will find many willing without me.” Guard: “You bastard, you crawl on all fours.” He left simply because he refused to wash the socks of the free bachelor construction supervisor. How many times did he select the worst and hardest lot, just so as to not to have to offend against conscience. Because of the astounding influence on his body of his bright and spotless human spirit, the organism of Grigoryev grew stronger in the camp.

O yeah, I want to become forgiving, merciful, mild, and independent. So I should not care about life and achievements, but focus on how to live. OK, will do. ☺. No, I am serious.

Sin

There is also this very interesting part of Solzhenitsyn having a discussion with somebody named Kornfeld. One of the things to think about in the camp is: what bad did you do in your life? Not according to the law, but according your own conscience. Kornfeld was of the opinion that no punishment was undeserved.

This was the first time that I sort of understood the Christian notion of “everybody is born into sin” and how that helps you. In a way it is true, I do many things I do bad or want to do better. On the other hand, accepting that this is so, it might be easier to accept life as it is, including the harsher realities.

Good and evil

The line of good and evil does not go through states, parties or classes. The line of good and evil goes through every human heart.

So there are no good and bad people. People take actions and you always need to look at the action to define whether it is good or bad. And you always need to look at your own actions as good or bad. That is – with yourself – where it starts.

This might be the answer to why having to study the bad. The bad is in you. It’s a personal thing to make the right decision.

Jordan Peterson, Tragedy vs Evil

Inleiding

Ik heb “Tragedy vs Evil” van Jordan Peterson op YouTube beluisterd en bekeken en uittreksels van gemaakt: een basis-uittreksel, wat ik on the fly in het Nederlands heb vertaald, is een beetje onevenwichtig: in het begin nog samenvattend wordt het aan het eind letterlijk uitgeschreven. En een globaal één A4-schema. De video is met veertig minuten te overzien en bevat veel van Peterson’s kerngedachten, vooral op de gebieden die mij interesseren: de condition humaine, hoe goed te handelen en waarom geloven mensen?

Samenvatting

Peterson legt uit dat de mens bepaalde beperktheid is en dat buiten de mens onbepaalde oneindigheid ligt. In de mens botsen deze twee: de oneindigheid overspoelt of dringt binnen bij de mens. En daar ontstaat tragiek uit: aardbevingen, kanker, geestelijke ziekte en roofdieren. De beperktheid kun je als goed zien: daaruit ontstaat de mogelijkheid te kiezen, en dus de vrijheid en verhalen. Idem voor de kwetsbaarheid: dat is waar je in de ander van houdt.

De mens wordt zich hiervan bewust. Hij krijgt bewustzijn over zijn kwetsbaarheid. Direct na zijn bewustzijn, en zijn mogelijkheid tot keuze, ontstaan goed en kwaad. (Adam en Eva). Hoe moet de mens reageren op dat zelfbewustzijn en die kwetsbaarheid?

  • Abel volgt de juiste manier door te “offeren”: een nederige opstelling tegenover de oneindigheid, confronteren van de kwetsbaarheid en de juiste beslissingen nemen en de juiste zaken opgeven of laten gaan. 
    • Je kunt het goede leren door je in het slechte te verdiepen, zoals het lezen van de Gulag Archipel van Solzjenitzyn.
  • Kaïn is het tegenovergestelde hiervan. Hij trekt zich terug uit de oneindigheid en vertrouwt op zijn eigen slinkse plannen. Dit loopt slecht af. 
    • Slechtheid is niet nodig, vrijwillig, heeft een soort esthetiek, verstoorde grappigheid, viering van gruweldaden, vernedering.
    • Slechtheid ontstaat uit wrok en arrogantie en het zelfbewustzijn van iemands kwetsbaarheid.
    • Peterson waarschuwt: met onze technologische macht wordt het nog belangrijker om het goed te doen.

Geloof is een manier om om te gaan met de het oneindige en onbekende: het vult de gaten van de kennis in. Hierdoor ontstaat ook de behoefte van mensen om vast te houden aan hun geloof, en dat is nodig, maar ook is het verdedigen van het geloof te vuur en te zwaard potentieel erg gevaarlijk.

Persoonlijk

Peterson weet als geen ander het abstracte met het concrete te verbinden. Ik heb een beeld wat het bepaalde beperkte in mij is, en hoe ik zelf met de confrontatie met het onbepaalde oneindige omga. Misschien kan ik best wat meer voor openstaan voor het oneindige, het onbekende, het onvoorspelbare, het onbegrijpbare en mij wat meer er aan overgeven in plaats van het te bevechten en (proberen) te beheersen.

Het is interessant hoe hij de uitspraak van de Buddha: “het leven is leiden” een stapje abstracter uitlegt: het leven is leiden omdat in de mens de beperktheid met de oneindigheid botst.

Het geeft antwoord op de vraag: Waarom geloven mensen? Het religieuze houdt zich bezig met de botsing tussen beperktheid en oneindigheid, hoe daar mee om te gaan. De mens heeft dat nodig. Dit omvat de antwoorden die ik zelf vroeger had. Mensen geloven in God omdat ze daarmee alles verklaren wat ze niet begrijpen, van waarom bestaat de aarde, via waarom valt een appel tot waarom is mijn kind gestorven. En als je in God gelooft en gelooft dat alles goed komt als je het goed doet, maakt dat het makkelijk om je over te geven aan dat de rest loopt zoals het moet lopen en je over te geven aan de oneindigheid en de onvoorspelbaarheid; dat geeft rust.

Wat ik prachtig vind is de uitleg waarom de beperktheid en kwetsbaarheid kern zijn van het mens zijn en nodig. Zonder beperkheid geen keuze en vrijheid, zonder kwetsbaarheid geen liefde.

Ergens vind ik dat je van het kwetsbare houdt nog een moeilijke te begrijpen gedachte. Ook dat je het goede zou leren door de Gulag Archipel te lezen. Die moet ik in de toekomst verder onderzoeken.

On Happiness

I stumbled upon the title “Happiness: A History by Darrin McMahon”. And from there upon a review by Roslyn Ross on Good Reads (pdf). Even though she gives five stars and writes “I loved this book”, I will probably never read it because of her quote from the book to show it’s unreadability: “Strong black coffee to clear the head of an evenings wine, his work served as a sobering reminder of the ancient wisdom of the Christian Fall.”

Roslyn Ross continues her review with a brilliant and concise summing up of the different views on happiness. Which I couldn’t help but put in a schema.

“Happiness” is often the answer from people on what the goal of life is. I doubt it. Of course it would be nice to be happy. But to define it as the single goal in life doesn’t make sense to me. There are a lot of things to do that just don’t make you happy. For example make sure you have food and shelter and help the people around you. The shortest way to happiness would be to use drugs and that does not seem to cut it.

Anyways, my view on happiness, following the columns of the schema:

  1. I can relate to that happiness doen’t exist on this earth. But it doesn’t move me very much. Life can be very tragic, happiness is indeed an ideal. Heaven is not a solution for me; we are talking happiness here and now.
  2. How to live doesn’t move me very much either. For some people it might be good advice, but it is too limited for me. I want to choose for myself and understand.
  3. Insight in happiness is mostly my cup of tea. Happiness has to do with desire. If you fulfill your desire you are happy, if your desire is not fulfilled you are not happy. Accept that the world works like that. (More of an Hinduist, Buddhist, Tantra way of looking).

Frankfurt, The Reasons of Love

Inleiding
Ik ben bezig met boeken over de liefde te lezen. Al lezende kwam ik bij Frankfurt, The Reasons of Love uit. Een mooi helder boekje van slechts 100 pagina’s. Ik heb een lang uittreksel, een korte en één met steekwoorden.

Frankfurt, The Reasons of LoveDe reden van liefde, oftewel waarom bestaat liefde, is omdat het richting en betekenis geeft aan het leven. Liefde is daarin het beginpunt. Het is geen rationeel besluit, het is geen gevoel. Liefde is belangeloos om iets of iemand geven.

Hiermee zegt Frankfurt wat mij betreft iets zinnigs over het einddoel van het leven, namelijk liefde, en brengt dat ook nog samen met betekenis geven aan het leven. Wow, daar was ik al een tijdje naar op zoek. Het geeft rust. Ik mag ergens van houden zonder dat ik het onderbouw. Het is een beginstation. Een nieuwe oorzaak-gevolg keten die je vanuit vrije wil verkiest te volgen.

Kritiek
Er blijken toch wel zaken te zijn die liefde mede bepalen. Er worden dingen onderscheiden als verlangen, geven om, liefde of houden van en wil en er wordt een “ik” gebruikt. De relaties tussen al die “dingen” lijkt wel altijd twee kanten op. Liefde wordt een configuratie van de wil genoemd, waar volgens mij mee wordt bedoeld dat liefde de wil bepaald en ook andersom de wil de liefde.

Zit er nou wel of geen keuze in liefde? Welke andere invloeden zijn dat dan? Wat is die wil? In “je kiest”, wie is “je”? En hoe of waarmee kies je?

Ook al blijft het verhaal niet helemaal staan voor mij, de richting helpt mij. Liefde of geven om geeft een doel. Dat doel helpt je om betekenis te geven aan het leven. Beter maar dat je niet kritisch onderzoekt waarom je ergens van houdt. En ook: kies waar je van houdt en leef van daaruit.

Andere mooie gedachten
De inleiding van het boek is glashelder. Filosofie is verwondering. Praktische filosofie is verwondering over hoe je moet leven. Wat mag, wat kan, wat wil je.

“Since we do not create ourselves, there is bound to be something about us of which we are not ourselves the cause.” Noot op pagina 20 Omdat we onszelf niet gecreëerd hebben zal er iets zijn wat niet uit onszelf komt. Dat geeft mijns inziens heel helder weer dat we nooit alles zelf kunnen begrijpen en bepalen.

“Autonomy is essentially a matter of whether we are active or passive in our motives and choices …”. Noot op pagina 20 Het gaat er niet om waar alle verlangens en motivaties vandaan komen, het gaat erom hoe je kiest daar mee om te gaan. Dit lost voor degenen die niet in de vrije wil geloven niets op, maar dit is wel zoals ik het ervaar. Je voelt of je wilt iets zonder dat je begrijpt waar het vandaan komt. En met mijn geloof in de vrije wil kan ik ingrijpen.

Het gaat niet om doel als in de stand van zaken in de eindsituatie; het gaat om richting en nuttig bezig zijn. Zonder doel wordt de vitaliteit van het zelf bedreigd. Liefde bindt ons zodat we niet meer hoeven te twijfelen. Dat geeft vrijheid, ruimte voor actie en rust.

Zelfliefde is het verlangen ergens van te houden, leren ergens van te houden. Van jezelf houden is tevreden met je doelen en liefde zijn. Liefde bestaat om leven betekenis te geven, om je gefocust wholehearted in een activiteit te begeven die zinvol is.

Boeddhistisch perspectief op geweld

Ik kwam in contact met “Oecumenische bezinning 2011, Hoe zien religies geweld? Visies op oorlog in jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme”. Het hoofdstuk over Buddhisme vond ik erg helder, zowel qua korte uitleg over het Buddhisme als over het standpunt ten aanzien van oorlog.

Doden mag niet volgens het Boeddhisme. Dat zeggen alle godsdiensten. Ook is het niet realistisch te verwachten dat dat niet gebeurt. Dat zeggen ook alle godsdiensten. Buddhisme zegt dat oorlog alleen uit te bannen is door inzicht, persoonlijk inzicht, door ieder afzonderlijk.

Hierbij de originele brochure en mijn uittreksel van het Boeddhistische standpunt.

Filosofie schema’s gebaseerd op Denken Doorzien

Ik heb een uittreksel gemaakt van de 22 afleveringen van de Teleac TV-serie “Denken Doorzien”, waarin de gehele westerse filosofie wordt behandeld.

Denken Doorzien

Deze heb ik tot een half A4-tje per aflevering teruggebracht. Hier heb ik schema’s per DVD van gemaakt: 1, 2, 3 en 4. Deze heb ik samengevoegd tot één schema op onderwerp en een schema waarin op het laagste niveau de standpunten zijn samenvoegd. En ik heb per hoofdonderwerp een typering gemaakt van filosofische standpunten.

De schema’s zijn voor mensen die niet al wat van filosofie weten misschien niet echt te lezen, want erg summier. Hieronder staan mijn conclusies die wel te lezen zouden moeten zijn voor iedereen.

Filosofie richt zich op het denken en weten, vooral op de vragen waar geen antwoord op is. Als er wel een antwoord op is dan is het wetenschap: vroeger was bijvoorbeeld de vraag waar materie uit bestond filosofisch, nu is het fysica. Filosofie houdt zich bezig met:
DD schema

  1. de mens: wat is de mens, heeft de mens een zelf, een identiteit en waar bestaat een mens uit?
  2. de wereld: wat is de wereld en kun je die kennen, wat is werkelijk, wat is tijd?
  3. kennis: wat is waarheid, wat is de bron van kennis, hoe werkt de wetenschap?
  4. betekenis: begrijpen we elkaar, wat is kunst?
  5. met anderen: wat mag en moet je doen, hoe worden dingen verdeeld?
  6. vrije wil: kan een mens kiezen of ligt alles vast?
  7. zin: wat is de zin van het leven, bepaal je die zelf of wordt die gegeven, heeft de wereld een patroon?

Ik heb vier stromingen van standpunten onderscheiden:

  1. Simpel zijn standpunten die voor de hand liggen, niet al te genuanceerd of lang over nagedacht: concreet, hard, klassiek, wetenschappelijk, onvrij, vechten, individualistisch, ervaring.
  2. Rede zijn de standpunten vooral gebaseerd op rede, op moderne wetenschap, logisch: redelijk, rationeel, tussenin, modern wetenschappelijk, objectief, vrij, pragmatisme, precies.
  3. Gevoel zijn de standpunten gebaseerd op gevoel en samen: romantiek, vloeit, tussenin, vrijheid, idealisme, sociaal, subjectief, niet zo precies.
  4. Metafysisch zijn de buitenwereldlijke standpunten: hogere sferen, God, overgave, mysterie, lichtvoetig, onbegrijpelijk, vaag.

Ik maak zelf niet echt keuzes in mijn filosofie. Ik zwerf tussen simpel, redelijk en gevoel. Ik zwerf bijvoorbeeld tussen “natuurlijk ben ik een zelf, gewoon dit lijf”, “ik ben een zelf wat ik schep in mijn brein” en “ik ben een zelf omdat anderen mij zo zien en ik heb anderen nodig om mijzelf identiteit te geven”. Het metafysische vind ik eng. Ik heb geen van God of anderszin gegeven ziel. Alhoewel ik ook dat niet helemaal uitsluit.

Heidegger, Zijn en Tijd

Hierbij een samenvatting van Heidegger’s “Zijn en Tijd” en wat het lezen en de leesgroep me gebracht heeft. Ik heb het uit mijn hoofd op papier gezet; ik heb niet een samenvatting gemaakt en die steeds verder ingedikt, dan verzuip je. Er hoort een grote disclaimer bij; alhoewel het onzettend interessant is en ik er veel van heb opgestoken, begrijp ik grote delen niet.

De inhoud

Je kunt oneigenlijk en eigenlijk leven. Oneigenlijk is dat je alleen in het nu en in het verleden leeft, dat je geen eigen keuzes maakt, maar doet wat het men van je verwacht. Eigenlijk is dat je zelf je eigen keuzes maakt.

De mens is een erzijn. De wereld en jijzelf zijn niet uit elkaar te trekken. Het is een eenheid. Jij bent niet zonder de wereld, de wereld is niet zonder jou. Jij denkt niet over de wereld of begrijpt de wereld; er is een interactie tussen jou en de wereld die jouw begrip uitmaakt. Er zit geen volgordelijkheid in. Het is gelijkoorsponkelijk. Alles wordt op elkaar geplakt, danwel alles staat open naar elkaar toe. Het groeit en ontstaat en was er al.

Het erzijn a) is geworpen in zijn facticiteit. Hij bevindt zich ergens, hij vindt zichzelf in een bepaalde omstandigheid en plaats. Qua ouders, plaats, genen, wie hij tegenkomt. Dat is het verleden, dat bepaald waar je je nu bevindt. Het erzijn b) vervalt in het nu. Het doet – zonder na te denken of te kiezen – wat het men van hem verlangt. En het erzijn c) is een kunnen-zijn. Wat niet betekent dat je achter de tekentafel de opties op een rij kan zetten en kan kiezen. Maar op dezelfde manier als dat de wereld en de mens op elkaar geplakt worden, worden verleden, heden en toekomst op elkaar geplakt, danwel staan naar elkaar toe open. Je kunt je kunnen-zijn kiezen, vanuit je facticiteit (verleden) en vervallenheid (heden, men). Maar je was altijd al wat je ging kiezen J.

Dit kiezen voor je kunnen-zijn wordt mogelijk gemaakt, je blijft niet hangen in je vervallenheid, door je geweten, wat wakker wordt gemaakt door je angst. Angst is de realisatie dat je leven eindig is, angst voor het bestaan als zodanig. Deze realisatie maakt het leven of het zelf ook tot een geheel. De tijd is dus de voorwaarde waaronder een eigenlijk erzijn ontstaat.

Wat brengt het me

Je leert denken en analyseren  en gevoeligheid voor taal ontwikkelen. Hij doet voor hoe taal je denken bepaald. Door alle neologismen, die hij niet direct definieert, maar neerzet en waar hij steeds meer connotaties omheen bouwt, begin je te zien hoe taal werkt. Er zitten nieuwe concepten in waardoor je op een nieuwe manier over de wereld kunt nadenken. Zonder die concepten kan dat niet.

Een extra motivatie om eigenlijk te leven. Om zelf te kiezen. Meer inzicht in wat zelf kiezen betekent. Dat dit niet los staat van de wereld. Dat dit niet los staat van de omstandigheden waarin je je bevindt en van wat men vindt en wil. Dat het een rare mix, gelijktijdigheid is van kiezen en al gekozen hebben. En dat het toch ook jouw waarheid is waarin je jouw keuzes maakt.

Meer inzicht en handvatten om na te denken over ik en de wereld en de tijd.

Plezier. In het denken en zien. De intellectuele uitdaging volbrengen. Niet de deur uithoeven en zoveel meemaken.

De leesgroep waarin iedereen wel naar elkaar moet luisteren, omdat niemand kan claimen het volledig te begrijpen. Zaken die uitgelegd worden. Luisteren naar ieders standpunten en gedachten. En jezelf beter begrijpen omdat je opeens zaken aan het uitleggen bent.

Normen en waarden in Nederland

Ik ben bezig geweest met volgens de Socratische methode filosoferen met kinderen. Mijn vraag daarbij werd ten aanzien van de doelstelling: wil je ze a) filosofische kenis bijbrengen, b) leren denken of c) de juiste normen en waarden aanleren? Het antwoord: Nou de eerste natuurlijk niet, dat is te theoretisch en zowel b) als c).

De impliciete aanname die gedaan wordt is dat door goed met elkaar te praten op een logische wijze de juiste waarden en normen naar boven komen. Of dat de juiste waarden en normen in de vorm van elkaar accepteren in verscheidenheid al bestaat en verschil van inzicht dus niet tot botsingen leidt.

Mijns inziens klopt dat niet. Normen en waarden zijn niet of hoeven niet logisch te zijn. Ik heb net het boek “Een middeleeuwse vendetta: Gent 1300” van Wim Blockmans gelezen. Daarin geeft een abt de opdracht iemand (een knecht van een neef van een clanhoofd) te vermoorden omdat er drie maanden eerder een klap is uitgedeeld. In een Socratisch gesprek in 1300 had deze meneer zondermeer uitgelegd waarom dat juist is.

Zoals David Pinto in de Volkskrant van 6 april 2012 zegt: “Het moderne en beschaafde Nederland eist:

  • gelijke bejegening en behandeling van man en vrouw, respect voor homoseksuelen,
  • positief omgaan met kritiek, ook in teamverband,
  • vertrouwen schenken, ook aan mensen van de ‘out-groep’,
  • niet discrimineren, ook Joden niet,
  • vrijheid van meningsuiting, ook over religie,
  • scheiding van kerk en staat volledig accepteren,
  • emotiebeheersing, accepteren dat empathie geen teken van zwakte is maar juist van kracht,
  • anti-autoritair gedrag accepteren en toepassen,
  • leren en accepteren dat humor en typisch Nederlands ‘geinen en jennen’ geen racisme is.”

Spinoza

De laatste tijd ben ik met Spinoza bezig geweest. Ik heb “de draagbare Spinoza” en “Jan Knol, En je zult Spinazie eten” gelezen, weekendcursus Spinoza op de ISVW gevolgd en een goed overzicht van al zijn boeken gevonden door Piet Steenbakkers. Hiervan heb ik uittreksels gemaakt: basis, Ethica en Tractatus theologico-politicus.

De Ethica is moeilijk te lezen. De interpretaties lezend denk je: “stond dat er?” Het suggereert een sluitend systeem, met de aanpak van definities, axioma’s en stellingen die bewezen worden. Dit intrigeert en ik zou (als ik eeuwig leefde, als in zeg 1000 jaar) alles willen begrijpen. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de crux hem zit in de definities en de axioma’s. Daarin stelt hij, door hem te definiëren, dat er een God is. En hij stelt de deterministische wereld waarin alles causaal verbonden is.

Mooi is dat hij zeer gefocust op een te definiëren ethiek begint bij God (een substantie met oneindige attributen, de natuur), afdaalt naar de mens (geest en lichaam als modussen van denken en uitgebreidheid, onderdeel van de natuur), via een kennistheorie (imaginatio, ratio en intuitio) naar de beïnvloeders op het menselijk leven (affecten via de imaginatio) en de adviezen dit te begrijpen en te beheersen met de ratio. Dan “zie” je met je intuitio de noodzakelijkheid van het leven, van de natuur, van God en ben je blij.

De theorie van de affecten (vergelijkbaar met emoties en gevoelens) begrijp ik niet helemaal. De stelling dat de ratio nooit fout zit begrijp ik niet. Dat je met je ratio je gevoelens kunt beheersen is echter een goed advies. En dat je accepteert dat je niet alles beheerst is ook een goed advies.

Mijn grootste probleem zit in het determinisme. Ik geloof niet dat alles vastligt. Ik krijg mijn hoofd niet om de gedachte dat als alles vastligt, dat het dan zin zou hebben om na te denken of om een ethiek te schrijven of te volgen. Bewijs uit het absurde: in de big-bang van 4,2 miljard jaar geleden ligt vast dat ik dit zinnetje schrijf. Ik zal echter nooit een determinist kunnen overtuigen: die zal altijd blijven zeggen: ja. jij dénkt dat je vrij bent. De manier om het aan te tonen? Stel je voor dat je iemand vraagt om een getal onder de tien te noemen. Hij zegt drie. Om aan te tonen dat dit middels de vrije wil ook anders had kunnen zijn, zou je terug moeten gaan naar precies hetzelfde punt en het weer moeten vragen. Dit kan niet. Daarom is het determinisme volgens mij een geloof.

Ik geloof juist dat het leven uit het niets is ontstaan. En dat is de meest karakteristieke eigenschap van het leven: ontstaan uit niets. Zowel het ontstaan van de eerste 1-celligen, het ontstaan van verschillende soorten, als dat ik gedachten uit het niets kan scheppen. Vervolgens heb ik een keuze om met die gedachten iets te doen, om ze mijn gedrag te laten beïnvloeden. Dat is mijn vrije wil, en dat ís mijn bewustzijn. Want als ik geen invloed zou hebben, dan zou ik niet bestaan. Waarbij die vrije wil die ik heb zeker niet absoluut is. Het meeste van wat ik doe, doe ik automatisch, vanuit de stoffelijkheid. Maar met mijn geest kan ik ingrijpen (vooral nee zeggen) of actief alternatieven scheppen.

En als het nou toch een geloof is, determinist of vrije-willer, dan kies ik voor het laatste. Dat is toch een veel leuker leven?

Terry Eagleton, De zin van het leven

“De zin van het leven” door Terry Eagleton in 192 pagina’s. Hoe kan ik dat nou laten liggen? Het is een leuk boekje, leest lekker weg; maar heb ik nou antwoord op mijn vraag? De opbouw is niet altijd duidelijk.

Om aan het einde te beginnen: welke antwoorden kunnen gegeven worden? Ik ben tot dit overzicht gekomen via een uittreksel wat het boek volgt, en een uittreksel waarin ik zelf de struktuur heb aangebracht.

En dan de samenvatting van de samenvatting van de samenvatting, de verschillende antwoordcategoriën op de vraag “Wat is de zin van het leven?”:

  1. Er is een extern door God gegeven doel.
  2. Er ontstaat een patroon door bv evolutie, rede, geschiedenis.
  3. Niet zo hoogstaande doelen als rijkdom, sport, genot.
  4. Er wordt als antwoord gegeven hóe je moet leven zoals liefde, vrijheid of eer.
  5. Er is geen doel, zoals het lot, existentialisme, het gaat om het zoeken.

Alleen het eerste antwoord geeft echt antwoord, de overige antwoordcategorien zijn eigenlijk geen antwoorden.