Jordan Peterson, Tragedy vs Evil

Inleiding

Ik heb “Tragedy vs Evil” van Jordan Peterson op YouTube beluisterd en bekeken en uittreksels van gemaakt: een basis-uittreksel, wat ik on the fly in het Nederlands heb vertaald, is een beetje onevenwichtig: in het begin nog samenvattend wordt het aan het eind letterlijk uitgeschreven. En een globaal één A4-schema. De video is met veertig minuten te overzien en bevat veel van Peterson’s kerngedachten, vooral op de gebieden die mij interesseren: de condition humaine, hoe goed te handelen en waarom geloven mensen?

Samenvatting

Peterson legt uit dat de mens bepaalde beperktheid is en dat buiten de mens onbepaalde oneindigheid ligt. In de mens botsen deze twee: de oneindigheid overspoelt of dringt binnen bij de mens. En daar ontstaat tragiek uit: aardbevingen, kanker, geestelijke ziekte en roofdieren. De beperktheid kun je als goed zien: daaruit ontstaat de mogelijkheid te kiezen, en dus de vrijheid en verhalen. Idem voor de kwetsbaarheid: dat is waar je in de ander van houdt.

De mens wordt zich hiervan bewust. Hij krijgt bewustzijn over zijn kwetsbaarheid. Direct na zijn bewustzijn, en zijn mogelijkheid tot keuze, ontstaan goed en kwaad. (Adam en Eva). Hoe moet de mens reageren op dat zelfbewustzijn en die kwetsbaarheid?

  • Abel volgt de juiste manier door te “offeren”: een nederige opstelling tegenover de oneindigheid, confronteren van de kwetsbaarheid en de juiste beslissingen nemen en de juiste zaken opgeven of laten gaan. 
    • Je kunt het goede leren door je in het slechte te verdiepen, zoals het lezen van de Gulag Archipel van Solzjenitzyn.
  • Kaïn is het tegenovergestelde hiervan. Hij trekt zich terug uit de oneindigheid en vertrouwt op zijn eigen slinkse plannen. Dit loopt slecht af. 
    • Slechtheid is niet nodig, vrijwillig, heeft een soort esthetiek, verstoorde grappigheid, viering van gruweldaden, vernedering.
    • Slechtheid ontstaat uit wrok en arrogantie en het zelfbewustzijn van iemands kwetsbaarheid.
    • Peterson waarschuwt: met onze technologische macht wordt het nog belangrijker om het goed te doen.

Geloof is een manier om om te gaan met de het oneindige en onbekende: het vult de gaten van de kennis in. Hierdoor ontstaat ook de behoefte van mensen om vast te houden aan hun geloof, en dat is nodig, maar ook is het verdedigen van het geloof te vuur en te zwaard potentieel erg gevaarlijk.

Persoonlijk

Peterson weet als geen ander het abstracte met het concrete te verbinden. Ik heb een beeld wat het bepaalde beperkte in mij is, en hoe ik zelf met de confrontatie met het onbepaalde oneindige omga. Misschien kan ik best wat meer voor openstaan voor het oneindige, het onbekende, het onvoorspelbare, het onbegrijpbare en mij wat meer er aan overgeven in plaats van het te bevechten en (proberen) te beheersen.

Het is interessant hoe hij de uitspraak van de Buddha: “het leven is leiden” een stapje abstracter uitlegt: het leven is leiden omdat in de mens de beperktheid met de oneindigheid botst.

Het geeft antwoord op de vraag: Waarom geloven mensen? Het religieuze houdt zich bezig met de botsing tussen beperktheid en oneindigheid, hoe daar mee om te gaan. De mens heeft dat nodig. Dit omvat de antwoorden die ik zelf vroeger had. Mensen geloven in God omdat ze daarmee alles verklaren wat ze niet begrijpen, van waarom bestaat de aarde, via waarom valt een appel tot waarom is mijn kind gestorven. En als je in God gelooft en gelooft dat alles goed komt als je het goed doet, maakt dat het makkelijk om je over te geven aan dat de rest loopt zoals het moet lopen en je over te geven aan de oneindigheid en de onvoorspelbaarheid; dat geeft rust.

Wat ik prachtig vind is de uitleg waarom de beperktheid en kwetsbaarheid kern zijn van het mens zijn en nodig. Zonder beperkheid geen keuze en vrijheid, zonder kwetsbaarheid geen liefde.

Ergens vind ik dat je van het kwetsbare houdt nog een moeilijke te begrijpen gedachte. Ook dat je het goede zou leren door de Gulag Archipel te lezen. Die moet ik in de toekomst verder onderzoeken.

De twintigste eeuw: onzekerheid en individualiteit

Ik heb “Vreemder dan je je kunt voorstellen, een alternatieve geschiedenis van de twintigste eeuw” van John Higgs gelezen. Ik vind het een slechte titel, maar een goed boek. Het is heel leuk om aan de hand van allerlei sleutelfiguren door zoveel aspecten van de twintigste eeuw geleid te worden. Knap werk.

Ik heb een beetje slordig uittreksel gemaakt en geprobeerd een rode lijn te vinden in wat de twintigste eeuw nou karakteriseert. Ik kom op twee rode lijnen: 1) geen zekerheid en 2) individualisme.

In de twintigste eeuw is alle zekerheid gaan schuiven. Er is geen centraal punt meer waar alles om draait, vanuit waar zaken bekeken worden of die de waarheid vertegenwoordigen. Alles kan gerelativeerd worden. Natuurkundige wetten blijken ook onzekerheid of een zekere mate van onvoorspelbaarheid in zich te dragen. De wereld word door een deel van de mensheid als absurd en betekenisloos beschouwd. Er is een continue vernieuwing gaande die doel op zich is geworden.

En het individu is heel belangrijk geworden. Het gaat veel meer om “ik wil” en “ik voel”, gekoppeld aan de “ik wil geld”. Bedrijven zijn moeilijk te verantwoording te roepen en bestaan om te groeien zodat er meer geld voor de aandeelhouders wordt verdient. Wat die groei voor het niet-economische deel van de wereld betekent wordt niet beheerst.

Nou ja, nogal zwart/wit natuurlijk, en beperkt. Sorry daarvoor.

Het boek eindigt met een halleluja conclusie dat het met het internet en de sociale netwerken die daardoor ontstaan allemaal goed komt. Dus dat is goed nieuws ;-).

Frankfurt, The Reasons of Love

Inleiding
Ik ben bezig met boeken over de liefde te lezen. Al lezende kwam ik bij Frankfurt, The Reasons of Love uit. Een mooi helder boekje van slechts 100 pagina’s. Ik heb een lang uittreksel, een korte en één met steekwoorden.

Frankfurt, The Reasons of LoveDe reden van liefde, oftewel waarom bestaat liefde, is omdat het richting en betekenis geeft aan het leven. Liefde is daarin het beginpunt. Het is geen rationeel besluit, het is geen gevoel. Liefde is belangeloos om iets of iemand geven.

Hiermee zegt Frankfurt wat mij betreft iets zinnigs over het einddoel van het leven, namelijk liefde, en brengt dat ook nog samen met betekenis geven aan het leven. Wow, daar was ik al een tijdje naar op zoek. Het geeft rust. Ik mag ergens van houden zonder dat ik het onderbouw. Het is een beginstation. Een nieuwe oorzaak-gevolg keten die je vanuit vrije wil verkiest te volgen.

Kritiek
Er blijken toch wel zaken te zijn die liefde mede bepalen. Er worden dingen onderscheiden als verlangen, geven om, liefde of houden van en wil en er wordt een “ik” gebruikt. De relaties tussen al die “dingen” lijkt wel altijd twee kanten op. Liefde wordt een configuratie van de wil genoemd, waar volgens mij mee wordt bedoeld dat liefde de wil bepaald en ook andersom de wil de liefde.

Zit er nou wel of geen keuze in liefde? Welke andere invloeden zijn dat dan? Wat is die wil? In “je kiest”, wie is “je”? En hoe of waarmee kies je?

Ook al blijft het verhaal niet helemaal staan voor mij, de richting helpt mij. Liefde of geven om geeft een doel. Dat doel helpt je om betekenis te geven aan het leven. Beter maar dat je niet kritisch onderzoekt waarom je ergens van houdt. En ook: kies waar je van houdt en leef van daaruit.

Andere mooie gedachten
De inleiding van het boek is glashelder. Filosofie is verwondering. Praktische filosofie is verwondering over hoe je moet leven. Wat mag, wat kan, wat wil je.

“Since we do not create ourselves, there is bound to be something about us of which we are not ourselves the cause.” Noot op pagina 20 Omdat we onszelf niet gecreëerd hebben zal er iets zijn wat niet uit onszelf komt. Dat geeft mijns inziens heel helder weer dat we nooit alles zelf kunnen begrijpen en bepalen.

“Autonomy is essentially a matter of whether we are active or passive in our motives and choices …”. Noot op pagina 20 Het gaat er niet om waar alle verlangens en motivaties vandaan komen, het gaat erom hoe je kiest daar mee om te gaan. Dit lost voor degenen die niet in de vrije wil geloven niets op, maar dit is wel zoals ik het ervaar. Je voelt of je wilt iets zonder dat je begrijpt waar het vandaan komt. En met mijn geloof in de vrije wil kan ik ingrijpen.

Het gaat niet om doel als in de stand van zaken in de eindsituatie; het gaat om richting en nuttig bezig zijn. Zonder doel wordt de vitaliteit van het zelf bedreigd. Liefde bindt ons zodat we niet meer hoeven te twijfelen. Dat geeft vrijheid, ruimte voor actie en rust.

Zelfliefde is het verlangen ergens van te houden, leren ergens van te houden. Van jezelf houden is tevreden met je doelen en liefde zijn. Liefde bestaat om leven betekenis te geven, om je gefocust wholehearted in een activiteit te begeven die zinvol is.

Boeddhistisch perspectief op geweld

Ik kwam in contact met “Oecumenische bezinning 2011, Hoe zien religies geweld? Visies op oorlog in jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme”. Het hoofdstuk over Buddhisme vond ik erg helder, zowel qua korte uitleg over het Buddhisme als over het standpunt ten aanzien van oorlog.

Doden mag niet volgens het Boeddhisme. Dat zeggen alle godsdiensten. Ook is het niet realistisch te verwachten dat dat niet gebeurt. Dat zeggen ook alle godsdiensten. Buddhisme zegt dat oorlog alleen uit te bannen is door inzicht, persoonlijk inzicht, door ieder afzonderlijk.

Hierbij de originele brochure en mijn uittreksel van het Boeddhistische standpunt.

Brené Brown, De kracht van kwetsbaarheid

Brene Brown, De kracht van kwetsbaarheid, Boekcover      Het uittreksel is gevisualiseerd. De rode lijn is:

  1. Verbondenheid is de reden van ons bestaan. We zijn kwetsbaar, we wapenen ons tegen kwetsbaarheid, we schamen ons als we niet voldoen aan eisen van anderen. We voelen dan schaamte, zijn bang dat we de verbondenheid met anderen verliezen. Dan worden we boos, vluchten, of cijferen onszelf weg en verliezen verbondenheid.
  2. Advies is: toon je kwetsbaarheid en creëer verbondenheid. Voel, deel wat je voelt, en krijg reactie daarop.
  3. Hoe? toon moed en voel echt, laat hierin positief en negatief toe, wees overtuigd dat je betrokkenheid en liefde waarde ben, accepteer jezelf, ik ben genoeg, ik heb genoeg, stel grenzen en heb zelfcompassie, oefen schaamtebestendigheid, spiritualiteit, beoefen dankbaarheid, zoek steun.

Methode en structuur boek

Brené Brown volgt voor haar inzichten die ze in “De kracht van kwetsbaarheid”– engelse titel “Daring Greatly” – uit 2012 naar voren brengt de gefundeerdetheoriebenadering. Volgens deze benadering worden theorieën ontwikkeld die gefundeerd of gegrond zijn in de werkelijke ervaringen van mensen. Hiertoe worden vooral interviews gehouden waarbij er uitgegaan wordt van een onderwerp of thema. De deelnemers definiëren het probleem. De gegevens die hieruit naar voren komen worden op een gestructureerde manier geanalyseerd. Een bottum-up methode dus.

Brené Brown heeft deze methode in het verleden toegepast op “verbonden zijn”, “schaamte” en “kwetsbaarheid”. De inzichten zijn dus gebaseerd op de inzichten van de geinterviewden in de terminologie van Brené Brown: ik voel me verbonden omdat ik me kwetsbaar opstel. Waarom dat zo is, is niet onderzocht. Het is niet een methode waarin een hypothese wordt gesteld die vervolgens onderzocht wordt. Misschien hierdoor wordt er een grote hoeveelheid termen en categoriën gebruikt die allemaal met elkaar samenhangen, maar niet altijd is duidelijk op welke manier en waarom.

Wat verder door elkaar heenloopt is dat het deels bevlogen zelfhulpboek is, deels beschrijvend wetenschappelijk onderzoek en deels maatschappijkritiek.

Ten aanzien van de adviezen bestaan deze uit: heb inzicht in wat de foute dingen zijn, doe niet de foute dingen, of ga anders om met de foute dingen en doe de goede dingen. Bijvoorbeeld: herken schaamte, blijf weg bij schaamte, en als het dan toch gebeurt wees schaamtebestendig, maar wees vooral genoeg voor jezelf zodat je je überhaupt niet schaamt.

Opmerkingen

Kwetsbaar wordt als neutrale term bedoeld, is volgens mij hetzelfde als voelen, en kan positief en negatief zijn, dus blij en boos. Maar de nadruk ligt door de woordkeuze toch op de negatieve gevoelens. Dit doet ze omdat mensen de negatieve gevoelens tegenhouden, en daarmee ook de positieve. Wees kwetsbaar, laat de negatieve gevoelens toe, en daarme ook de positieve, en wordt gelukkiger en vindt verbinding. Maar eigenlijk is het dus: voel.

Ze gaat door op schaamte. Volgens mijn interpretatie is dat een type kwetsbaarheid (of gevoel). Schaamte is angst voor onverbondenheid, omdat je volgens een of andere norm iemand bent die niet goed genoeg is. Soms wordt schaamte opeens als objectief afkeurenswaardig gedrag gebruikt, terwijl het toch om een norm en gevoel gaat.

Brené Brown zegt: “Onderzoekers zien geen enkel verband tussen schaamte en positieve factoren” (p 78). Evolutionair moet dit toch een reden gehad hebben, als die er niet nog steeds is. Schaamte zorgt dat mensen zich aan de normen van de groep houden, en dat is vaak handig en nodig, volgens mij.

Waarom vervallen mensen in de negatieve spiraal? Dat wordt niet duidelijk. Mensen beschermen zich tegen kwetsbaarheid (zie Hoofdstuk4, p 114) op allerlei manieren en schaamte lijkt nog veel erger en nergens voor nodig.

… en Heidegger

In termen van Heidegger: Schaamte is vervallen zijn in het men. Je moet een kunnen-zijn zijn, authentiek, zelf kiezen, jezelf zijn en laten zien.

Volgens Heidegger wordt een erzijn opgeroepen het kunnen-zijn in te vullen door de angst voor het leven en de dood. De belangrijkste angst van de mens is volgens Brené Brown de angst voor onverbondenheid. Brown geeft aan dat je moed moet hebben om kwetsbaar te leven.

Volgens Brené Brown is schaamte slecht, altijd, en dient het nergens toe. Volgens Heidegger moet je af en toe vervallen in het men leven, je kunt niet altijd authentiek een kunnen-zijn zijn.

Hoe een kunnen-zijn zijn is concreter bij Brown, namelijk door kwestbaar te leven, en de hele rits aan strategiën die daar bij hoort.

… en RET

De kern van de rationeel-emotieve therapie komt erop neer dat niet de gebeurtenissen in je leven bepalen hoe je je voelt, maar de manier waarop je tegen die gebeurtenissen aankijkt. Brené Brown past dit natuurlijk toe op schaamte: wat is nou de norm en wil je je daar wel aan houden?

Heidegger, Zijn en Tijd

Hierbij een samenvatting van Heidegger’s “Zijn en Tijd” en wat het lezen en de leesgroep me gebracht heeft. Ik heb het uit mijn hoofd op papier gezet; ik heb niet een samenvatting gemaakt en die steeds verder ingedikt, dan verzuip je. Er hoort een grote disclaimer bij; alhoewel het onzettend interessant is en ik er veel van heb opgestoken, begrijp ik grote delen niet.

De inhoud

Je kunt oneigenlijk en eigenlijk leven. Oneigenlijk is dat je alleen in het nu en in het verleden leeft, dat je geen eigen keuzes maakt, maar doet wat het men van je verwacht. Eigenlijk is dat je zelf je eigen keuzes maakt.

De mens is een erzijn. De wereld en jijzelf zijn niet uit elkaar te trekken. Het is een eenheid. Jij bent niet zonder de wereld, de wereld is niet zonder jou. Jij denkt niet over de wereld of begrijpt de wereld; er is een interactie tussen jou en de wereld die jouw begrip uitmaakt. Er zit geen volgordelijkheid in. Het is gelijkoorsponkelijk. Alles wordt op elkaar geplakt, danwel alles staat open naar elkaar toe. Het groeit en ontstaat en was er al.

Het erzijn a) is geworpen in zijn facticiteit. Hij bevindt zich ergens, hij vindt zichzelf in een bepaalde omstandigheid en plaats. Qua ouders, plaats, genen, wie hij tegenkomt. Dat is het verleden, dat bepaald waar je je nu bevindt. Het erzijn b) vervalt in het nu. Het doet – zonder na te denken of te kiezen – wat het men van hem verlangt. En het erzijn c) is een kunnen-zijn. Wat niet betekent dat je achter de tekentafel de opties op een rij kan zetten en kan kiezen. Maar op dezelfde manier als dat de wereld en de mens op elkaar geplakt worden, worden verleden, heden en toekomst op elkaar geplakt, danwel staan naar elkaar toe open. Je kunt je kunnen-zijn kiezen, vanuit je facticiteit (verleden) en vervallenheid (heden, men). Maar je was altijd al wat je ging kiezen J.

Dit kiezen voor je kunnen-zijn wordt mogelijk gemaakt, je blijft niet hangen in je vervallenheid, door je geweten, wat wakker wordt gemaakt door je angst. Angst is de realisatie dat je leven eindig is, angst voor het bestaan als zodanig. Deze realisatie maakt het leven of het zelf ook tot een geheel. De tijd is dus de voorwaarde waaronder een eigenlijk erzijn ontstaat.

Wat brengt het me

Je leert denken en analyseren  en gevoeligheid voor taal ontwikkelen. Hij doet voor hoe taal je denken bepaald. Door alle neologismen, die hij niet direct definieert, maar neerzet en waar hij steeds meer connotaties omheen bouwt, begin je te zien hoe taal werkt. Er zitten nieuwe concepten in waardoor je op een nieuwe manier over de wereld kunt nadenken. Zonder die concepten kan dat niet.

Een extra motivatie om eigenlijk te leven. Om zelf te kiezen. Meer inzicht in wat zelf kiezen betekent. Dat dit niet los staat van de wereld. Dat dit niet los staat van de omstandigheden waarin je je bevindt en van wat men vindt en wil. Dat het een rare mix, gelijktijdigheid is van kiezen en al gekozen hebben. En dat het toch ook jouw waarheid is waarin je jouw keuzes maakt.

Meer inzicht en handvatten om na te denken over ik en de wereld en de tijd.

Plezier. In het denken en zien. De intellectuele uitdaging volbrengen. Niet de deur uithoeven en zoveel meemaken.

De leesgroep waarin iedereen wel naar elkaar moet luisteren, omdat niemand kan claimen het volledig te begrijpen. Zaken die uitgelegd worden. Luisteren naar ieders standpunten en gedachten. En jezelf beter begrijpen omdat je opeens zaken aan het uitleggen bent.

Spinoza

De laatste tijd ben ik met Spinoza bezig geweest. Ik heb “de draagbare Spinoza” en “Jan Knol, En je zult Spinazie eten” gelezen, weekendcursus Spinoza op de ISVW gevolgd en een goed overzicht van al zijn boeken gevonden door Piet Steenbakkers. Hiervan heb ik uittreksels gemaakt: basis, Ethica en Tractatus theologico-politicus.

De Ethica is moeilijk te lezen. De interpretaties lezend denk je: “stond dat er?” Het suggereert een sluitend systeem, met de aanpak van definities, axioma’s en stellingen die bewezen worden. Dit intrigeert en ik zou (als ik eeuwig leefde, als in zeg 1000 jaar) alles willen begrijpen. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de crux hem zit in de definities en de axioma’s. Daarin stelt hij, door hem te definiëren, dat er een God is. En hij stelt de deterministische wereld waarin alles causaal verbonden is.

Mooi is dat hij zeer gefocust op een te definiëren ethiek begint bij God (een substantie met oneindige attributen, de natuur), afdaalt naar de mens (geest en lichaam als modussen van denken en uitgebreidheid, onderdeel van de natuur), via een kennistheorie (imaginatio, ratio en intuitio) naar de beïnvloeders op het menselijk leven (affecten via de imaginatio) en de adviezen dit te begrijpen en te beheersen met de ratio. Dan “zie” je met je intuitio de noodzakelijkheid van het leven, van de natuur, van God en ben je blij.

De theorie van de affecten (vergelijkbaar met emoties en gevoelens) begrijp ik niet helemaal. De stelling dat de ratio nooit fout zit begrijp ik niet. Dat je met je ratio je gevoelens kunt beheersen is echter een goed advies. En dat je accepteert dat je niet alles beheerst is ook een goed advies.

Mijn grootste probleem zit in het determinisme. Ik geloof niet dat alles vastligt. Ik krijg mijn hoofd niet om de gedachte dat als alles vastligt, dat het dan zin zou hebben om na te denken of om een ethiek te schrijven of te volgen. Bewijs uit het absurde: in de big-bang van 4,2 miljard jaar geleden ligt vast dat ik dit zinnetje schrijf. Ik zal echter nooit een determinist kunnen overtuigen: die zal altijd blijven zeggen: ja. jij dénkt dat je vrij bent. De manier om het aan te tonen? Stel je voor dat je iemand vraagt om een getal onder de tien te noemen. Hij zegt drie. Om aan te tonen dat dit middels de vrije wil ook anders had kunnen zijn, zou je terug moeten gaan naar precies hetzelfde punt en het weer moeten vragen. Dit kan niet. Daarom is het determinisme volgens mij een geloof.

Ik geloof juist dat het leven uit het niets is ontstaan. En dat is de meest karakteristieke eigenschap van het leven: ontstaan uit niets. Zowel het ontstaan van de eerste 1-celligen, het ontstaan van verschillende soorten, als dat ik gedachten uit het niets kan scheppen. Vervolgens heb ik een keuze om met die gedachten iets te doen, om ze mijn gedrag te laten beïnvloeden. Dat is mijn vrije wil, en dat ís mijn bewustzijn. Want als ik geen invloed zou hebben, dan zou ik niet bestaan. Waarbij die vrije wil die ik heb zeker niet absoluut is. Het meeste van wat ik doe, doe ik automatisch, vanuit de stoffelijkheid. Maar met mijn geest kan ik ingrijpen (vooral nee zeggen) of actief alternatieven scheppen.

En als het nou toch een geloof is, determinist of vrije-willer, dan kies ik voor het laatste. Dat is toch een veel leuker leven?

Mead and the invention of etnography

The intriguing aspect of etnography is of course to wonder which part of the norms I am living by are defined by the culture I am living in and could thus have been otherwise.

Long ago I found out about “Coming of Age in Samoa” by Maragret Mead about how they live in the Pacific and about how it is one of the most widely read etnographic books. Eight years ago I finally found it and read it in Dutch. Mead was in Samoa in 1925 studying adolescent girls. The book gives what you expect. What we expect by Freda Kirchwey: “somewhere in each of us, hidden among our more obscure desires and our impulses to escape, is a palmfringed South Sea Island … a languorous atmosphere promissing freedom and irresponsibility .. Thither we run … to find love which is free, easy and satisfying.”

Last October I finally found the book in which Mead has been criticized by Derek Freeman: “Margaret Mead and Samoa”. Freeman gives us insight into the history of part of etnography. It starts with Charles Darwin, who in 1859 published his evolution theory. It seems logic that people started thinking from that time on about how the differences between people can be explained by selection. His nephew Galton was the inventor of the nature-or-nuture-question. His answer was: nature. This developed around 1915 in the US into a movement to improve the US by eugenics. Some opponents to this then defined the completely opposite view: how people behave is completely defined by culture. Mead was sent by Boas to Samoa to find proof for this by showing that adolesence, by it’s nature biological, doesn’t need to be so difficult. And that’s what she did. In two months time, without much knowledge about the rest of the culture, without staying with Soamoans in their house, by only talking to the girls, she painted this beautiful picture about how life on a pacific island should be.

In Part 2 of the book by Derek Freeman really every single description of Margaret Mead is falsified. Samoa is a very hierarchical, very strict, unpleasant culture. Virginity is very important. Children of three years old are beaten. And as a result the suicide rate was much higher than in other countries.

From judicial records: “when the man came to me as I was sleeping he held me down and put his fingers in my private parts … then I sat up and wept, and as it was no use for me to remain in my own family, we went to his family.”

So much for science. Pretending to state facts, where all that is being done is defend ideologies. So what is first? First you think and then you see, or first you see and then you make up what reality is?

Interesting how any new step is a reaction to the previous development. After the eugenics in the US they applied them in Germany. Then a period of absolute tabu on eugenics. In the last decade or two the human genome project, in vitro fertilization and the research of the brain have made it more accepted again to talk about controlling the outcome.

And indeed being human is nothing else than controlling this humanness. But based on what? We don’t understand nothing.

But is does always seem to boil down to a fight fought based on visions, ideas, ideology and not facts, truth, arguments.

Terry Eagleton, De zin van het leven

“De zin van het leven” door Terry Eagleton in 192 pagina’s. Hoe kan ik dat nou laten liggen? Het is een leuk boekje, leest lekker weg; maar heb ik nou antwoord op mijn vraag? De opbouw is niet altijd duidelijk.

Om aan het einde te beginnen: welke antwoorden kunnen gegeven worden? Ik ben tot dit overzicht gekomen via een uittreksel wat het boek volgt, en een uittreksel waarin ik zelf de struktuur heb aangebracht.

En dan de samenvatting van de samenvatting van de samenvatting, de verschillende antwoordcategoriën op de vraag “Wat is de zin van het leven?”:

  1. Er is een extern door God gegeven doel.
  2. Er ontstaat een patroon door bv evolutie, rede, geschiedenis.
  3. Niet zo hoogstaande doelen als rijkdom, sport, genot.
  4. Er wordt als antwoord gegeven hóe je moet leven zoals liefde, vrijheid of eer.
  5. Er is geen doel, zoals het lot, existentialisme, het gaat om het zoeken.

Alleen het eerste antwoord geeft echt antwoord, de overige antwoordcategorien zijn eigenlijk geen antwoorden.

Popmuziek stromingen

Een overzicht van stromingen in de popmuziek. Popmuziek, dus geen klassieke noch niet-westerse muziek. (De meer gebruikte term voor niet-westerse muziek “wereldmuziek” heb ik een hekel aan: net alsof Europa niet tot de wereld zou horen :-).)

De stromingen met artiesten en hits zijn opgenomen in de pdf. Per stroming zijn er zes kolommen. De derde kolom bevat de artiestennaam met daarvoor geboortejaar en jaar van actief worden (eerste grote hit, soms ook ingeschat) en daarachter het sterftejaar. In de laatste twee kolommen wordt een grote hit of bekend nummer met het verschijningsjaar daarvan benoemd.

Hieronder nog een overzicht waarin de artiesten zijn weggelaten. Drie hoofdstromingen kunnen onderscheiden worden: links meer op dans gericht, rechts meer op melodie gericht en in het midden rock.

Naar het boek “Popmuziek in een notendop” van Gijsbert Kamer, 2008, isbn 978 90 351 2963 4. Samenvatting en vormgeving stromingen door Paul van Tongeren.