Jordan Peterson, Tragedy vs Evil

Inleiding

Ik heb “Tragedy vs Evil” van Jordan Peterson op YouTube beluisterd en bekeken en uittreksels van gemaakt: een basis-uittreksel, wat ik on the fly in het Nederlands heb vertaald, is een beetje onevenwichtig: in het begin nog samenvattend wordt het aan het eind letterlijk uitgeschreven. En een globaal één A4-schema. De video is met veertig minuten te overzien en bevat veel van Peterson’s kerngedachten, vooral op de gebieden die mij interesseren: de condition humaine, hoe goed te handelen en waarom geloven mensen?

Samenvatting

Peterson legt uit dat de mens bepaalde beperktheid is en dat buiten de mens onbepaalde oneindigheid ligt. In de mens botsen deze twee: de oneindigheid overspoelt of dringt binnen bij de mens. En daar ontstaat tragiek uit: aardbevingen, kanker, geestelijke ziekte en roofdieren. De beperktheid kun je als goed zien: daaruit ontstaat de mogelijkheid te kiezen, en dus de vrijheid en verhalen. Idem voor de kwetsbaarheid: dat is waar je in de ander van houdt.

De mens wordt zich hiervan bewust. Hij krijgt bewustzijn over zijn kwetsbaarheid. Direct na zijn bewustzijn, en zijn mogelijkheid tot keuze, ontstaan goed en kwaad. (Adam en Eva). Hoe moet de mens reageren op dat zelfbewustzijn en die kwetsbaarheid?

  • Abel volgt de juiste manier door te “offeren”: een nederige opstelling tegenover de oneindigheid, confronteren van de kwetsbaarheid en de juiste beslissingen nemen en de juiste zaken opgeven of laten gaan. 
    • Je kunt het goede leren door je in het slechte te verdiepen, zoals het lezen van de Gulag Archipel van Solzjenitzyn.
  • Kaïn is het tegenovergestelde hiervan. Hij trekt zich terug uit de oneindigheid en vertrouwt op zijn eigen slinkse plannen. Dit loopt slecht af. 
    • Slechtheid is niet nodig, vrijwillig, heeft een soort esthetiek, verstoorde grappigheid, viering van gruweldaden, vernedering.
    • Slechtheid ontstaat uit wrok en arrogantie en het zelfbewustzijn van iemands kwetsbaarheid.
    • Peterson waarschuwt: met onze technologische macht wordt het nog belangrijker om het goed te doen.

Geloof is een manier om om te gaan met de het oneindige en onbekende: het vult de gaten van de kennis in. Hierdoor ontstaat ook de behoefte van mensen om vast te houden aan hun geloof, en dat is nodig, maar ook is het verdedigen van het geloof te vuur en te zwaard potentieel erg gevaarlijk.

Persoonlijk

Peterson weet als geen ander het abstracte met het concrete te verbinden. Ik heb een beeld wat het bepaalde beperkte in mij is, en hoe ik zelf met de confrontatie met het onbepaalde oneindige omga. Misschien kan ik best wat meer voor openstaan voor het oneindige, het onbekende, het onvoorspelbare, het onbegrijpbare en mij wat meer er aan overgeven in plaats van het te bevechten en (proberen) te beheersen.

Het is interessant hoe hij de uitspraak van de Buddha: “het leven is leiden” een stapje abstracter uitlegt: het leven is leiden omdat in de mens de beperktheid met de oneindigheid botst.

Het geeft antwoord op de vraag: Waarom geloven mensen? Het religieuze houdt zich bezig met de botsing tussen beperktheid en oneindigheid, hoe daar mee om te gaan. De mens heeft dat nodig. Dit omvat de antwoorden die ik zelf vroeger had. Mensen geloven in God omdat ze daarmee alles verklaren wat ze niet begrijpen, van waarom bestaat de aarde, via waarom valt een appel tot waarom is mijn kind gestorven. En als je in God gelooft en gelooft dat alles goed komt als je het goed doet, maakt dat het makkelijk om je over te geven aan dat de rest loopt zoals het moet lopen en je over te geven aan de oneindigheid en de onvoorspelbaarheid; dat geeft rust.

Wat ik prachtig vind is de uitleg waarom de beperktheid en kwetsbaarheid kern zijn van het mens zijn en nodig. Zonder beperkheid geen keuze en vrijheid, zonder kwetsbaarheid geen liefde.

Ergens vind ik dat je van het kwetsbare houdt nog een moeilijke te begrijpen gedachte. Ook dat je het goede zou leren door de Gulag Archipel te lezen. Die moet ik in de toekomst verder onderzoeken.

Boeddhistisch perspectief op geweld

Ik kwam in contact met “Oecumenische bezinning 2011, Hoe zien religies geweld? Visies op oorlog in jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme”. Het hoofdstuk over Buddhisme vond ik erg helder, zowel qua korte uitleg over het Buddhisme als over het standpunt ten aanzien van oorlog.

Doden mag niet volgens het Boeddhisme. Dat zeggen alle godsdiensten. Ook is het niet realistisch te verwachten dat dat niet gebeurt. Dat zeggen ook alle godsdiensten. Buddhisme zegt dat oorlog alleen uit te bannen is door inzicht, persoonlijk inzicht, door ieder afzonderlijk.

Hierbij de originele brochure en mijn uittreksel van het Boeddhistische standpunt.