Covey, De zeven eigenschappen van effectief leiderschap

7 Eigenschappen
Het doel van Covey in “De zeven eigenschappen van effectief leiderschap” is – verderop meer daarover – hoe samen tot een synergetische oplossing te komen. Handig voor in het bedrijfsleven en privé.

  • Hiertoe wordt een ontwikkeling beschreven van afhankelijkheid via overwinningen op jezelf naar onafhankelijkheid. 1. Wees proactief. Je hebt keuzevrijheid. 2. Begin met einde voor ogen. Bepaal zelf je principes. Herschrijf je script. Bepaal je doel. Leiderschap. 3. Belangrijke zaken eerst. Plan. Geef voorrang aan belangrijke – en niet urgente – zaken. Maak jezelf beloftes. Houdt rekening met mensen, die gaan soms voor de planning. Delegeer. Management.
  • En van onafhankelijkheid via overwinningen met de omgeving naar wederzijdse afhankelijkheid. Covey stelt dat je niet de onafhankelijkheid kunt overslaan. 4. Denk win-win. 5. Eerst begrijpen dan begrepen worden. Luister empathisch. 6. Creëer synergie.
  • Daarnaast 7. Houd de zaag scherp. Ontwikkel jezelf op lichamelijk, geestelijk, spiritueel en sociaal-emotioneel gebied.

Principes
Covey begint het boek met te stellen dat je vanuit principes moet leven.

  • Hij gebruikt het bestuderen van 200 jaar literatuur als kwaliteitskenmerk, maar legt nooit uit welke literatuur hij nou gebruikt om tot déze 7 gewoonten of principes te komen en welke principes uit welke bronnen hij laat liggen en waarom. Aan het eind van het boek zegt hij dat volgens hem persoonlijk de principes van God komen.
  • Je moet/mag in stap 2 je principes kiezen, maar de principes lijken ook gegeven te zijn in de wijsheidsliteratuur. Er blijken dus goede en foute antwoorden te zijn.
  • De zeven stappen worden in de Nederlandse vertaling 7 “eigenschappen” genoemd, in het Engels 7 “habits”, en niet helemaal duidelijk is voor mij of dit ook de 7 principes zijn. Zijn nu de zeven eigenschappen/gewoonten voor Covey de zeven allerbelangrijkste principes?
  • Hoe zit het dan met bijvoorbeeld Aristoteliaanse principes als integriteit, nederigheid, trouw, gematigdheid, moed, rechtvaardigheid, geduld, ijver, eenvoud, bescheidenheid en de gulden regel? Of moet je principes zoeken op het niveau van: “ik wil weeskinderen in Roemenie dienen”, zoals hij het doel van zijn kleinkind aanhaalt. En hoe zit het met “liefde” als principe zoals andere Christenen dat als leidend voor het Christendom zien?

Dubbele bodem
Het boek wordt geafficheerd als managementboek hoe resultaat te boeken. Tegelijkertijd claimt het tussen de regels door dat deze aanpak geldig is voor het gehele leven: dat je op deze manier gelukkig wordt, succes heb, zekerheid voelt en op de goede manier samenleeft met familie, vrienden en collega’s. Deze inhoud, dat het ook spiritueel is, betrekking heeft op hoe je moet leven, en wat dan het doel van het leven is, wordt niet geexpliciteerd. Hierdoor voelt het alsof er een dubbele bodem in zit.

Conclusie
Het is echt een nuttig en handig boek hoe samen tot een synergetische oplossing te komen vol goede concepten en aanpakken. Zoals het hoofdstuk over eigenschap 5, waarin de principes van empatisch luisteren worden beschreven. En het nog niet genoemde P/PM concept, wat staat voor Produktie en ProduktieMachine. Als de produktie niet goed is, kijk dan ook en vooral naar de produktiemachine. En autobiografisch luisteren, wat luisteren is om vanuit je eigen referentiekader te reageren. Zie verder de twee uittreksels van 1 pagina en van 2 pagina’s.

Kritisch ben ik op Covey’s doel en zijn keuzes. Het lijkt duidelijker als je alles leest in het licht van een Goddelijk gebod. Maar zoiets als het Christendom als liefde krijgt weinig aandacht; het legt meer nadruk op werken en succes. Dat lijkt mij een nogal Calvijns idee. Is de verborgen boodschap dat werken Goddelijk is?

Voor mij kan een doel stellen en najagen zoals door Covey beschreven “Goddelijk” zijn, als in jij en je omgeving worden er gelukkig van. Echter, het moet wel in balans zijn met niets doen, met laten gebeuren en met ruimte om te kijken en te zien wat de omgeving je brengt.

Frankfurt, The Reasons of Love

Inleiding
Ik ben bezig met boeken over de liefde te lezen. Al lezende kwam ik bij Frankfurt, The Reasons of Love uit. Een mooi helder boekje van slechts 100 pagina’s. Ik heb een lang uittreksel, een korte en één met steekwoorden.

Frankfurt, The Reasons of LoveDe reden van liefde, oftewel waarom bestaat liefde, is omdat het richting en betekenis geeft aan het leven. Liefde is daarin het beginpunt. Het is geen rationeel besluit, het is geen gevoel. Liefde is belangeloos om iets of iemand geven.

Hiermee zegt Frankfurt wat mij betreft iets zinnigs over het einddoel van het leven, namelijk liefde, en brengt dat ook nog samen met betekenis geven aan het leven. Wow, daar was ik al een tijdje naar op zoek. Het geeft rust. Ik mag ergens van houden zonder dat ik het onderbouw. Het is een beginstation. Een nieuwe oorzaak-gevolg keten die je vanuit vrije wil verkiest te volgen.

Kritiek
Er blijken toch wel zaken te zijn die liefde mede bepalen. Er worden dingen onderscheiden als verlangen, geven om, liefde of houden van en wil en er wordt een “ik” gebruikt. De relaties tussen al die “dingen” lijkt wel altijd twee kanten op. Liefde wordt een configuratie van de wil genoemd, waar volgens mij mee wordt bedoeld dat liefde de wil bepaald en ook andersom de wil de liefde.

Zit er nou wel of geen keuze in liefde? Welke andere invloeden zijn dat dan? Wat is die wil? In “je kiest”, wie is “je”? En hoe of waarmee kies je?

Ook al blijft het verhaal niet helemaal staan voor mij, de richting helpt mij. Liefde of geven om geeft een doel. Dat doel helpt je om betekenis te geven aan het leven. Beter maar dat je niet kritisch onderzoekt waarom je ergens van houdt. En ook: kies waar je van houdt en leef van daaruit.

Andere mooie gedachten
De inleiding van het boek is glashelder. Filosofie is verwondering. Praktische filosofie is verwondering over hoe je moet leven. Wat mag, wat kan, wat wil je.

“Since we do not create ourselves, there is bound to be something about us of which we are not ourselves the cause.” Noot op pagina 20 Omdat we onszelf niet gecreëerd hebben zal er iets zijn wat niet uit onszelf komt. Dat geeft mijns inziens heel helder weer dat we nooit alles zelf kunnen begrijpen en bepalen.

“Autonomy is essentially a matter of whether we are active or passive in our motives and choices …”. Noot op pagina 20 Het gaat er niet om waar alle verlangens en motivaties vandaan komen, het gaat erom hoe je kiest daar mee om te gaan. Dit lost voor degenen die niet in de vrije wil geloven niets op, maar dit is wel zoals ik het ervaar. Je voelt of je wilt iets zonder dat je begrijpt waar het vandaan komt. En met mijn geloof in de vrije wil kan ik ingrijpen.

Het gaat niet om doel als in de stand van zaken in de eindsituatie; het gaat om richting en nuttig bezig zijn. Zonder doel wordt de vitaliteit van het zelf bedreigd. Liefde bindt ons zodat we niet meer hoeven te twijfelen. Dat geeft vrijheid, ruimte voor actie en rust.

Zelfliefde is het verlangen ergens van te houden, leren ergens van te houden. Van jezelf houden is tevreden met je doelen en liefde zijn. Liefde bestaat om leven betekenis te geven, om je gefocust wholehearted in een activiteit te begeven die zinvol is.

Boeddhistisch perspectief op geweld

Ik kwam in contact met “Oecumenische bezinning 2011, Hoe zien religies geweld? Visies op oorlog in jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme”. Het hoofdstuk over Buddhisme vond ik erg helder, zowel qua korte uitleg over het Buddhisme als over het standpunt ten aanzien van oorlog.

Doden mag niet volgens het Boeddhisme. Dat zeggen alle godsdiensten. Ook is het niet realistisch te verwachten dat dat niet gebeurt. Dat zeggen ook alle godsdiensten. Buddhisme zegt dat oorlog alleen uit te bannen is door inzicht, persoonlijk inzicht, door ieder afzonderlijk.

Hierbij de originele brochure en mijn uittreksel van het Boeddhistische standpunt.

Filosofie schema’s gebaseerd op Denken Doorzien

Ik heb een uittreksel gemaakt van de 22 afleveringen van de Teleac TV-serie “Denken Doorzien”, waarin de gehele westerse filosofie wordt behandeld.

Denken Doorzien

Deze heb ik tot een half A4-tje per aflevering teruggebracht. Hier heb ik schema’s per DVD van gemaakt: 1, 2, 3 en 4. Deze heb ik samengevoegd tot één schema op onderwerp en een schema waarin op het laagste niveau de standpunten zijn samenvoegd. En ik heb per hoofdonderwerp een typering gemaakt van filosofische standpunten.

De schema’s zijn voor mensen die niet al wat van filosofie weten misschien niet echt te lezen, want erg summier. Hieronder staan mijn conclusies die wel te lezen zouden moeten zijn voor iedereen.

Filosofie richt zich op het denken en weten, vooral op de vragen waar geen antwoord op is. Als er wel een antwoord op is dan is het wetenschap: vroeger was bijvoorbeeld de vraag waar materie uit bestond filosofisch, nu is het fysica. Filosofie houdt zich bezig met:
DD schema

  1. de mens: wat is de mens, heeft de mens een zelf, een identiteit en waar bestaat een mens uit?
  2. de wereld: wat is de wereld en kun je die kennen, wat is werkelijk, wat is tijd?
  3. kennis: wat is waarheid, wat is de bron van kennis, hoe werkt de wetenschap?
  4. betekenis: begrijpen we elkaar, wat is kunst?
  5. met anderen: wat mag en moet je doen, hoe worden dingen verdeeld?
  6. vrije wil: kan een mens kiezen of ligt alles vast?
  7. zin: wat is de zin van het leven, bepaal je die zelf of wordt die gegeven, heeft de wereld een patroon?

Ik heb vier stromingen van standpunten onderscheiden:

  1. Simpel zijn standpunten die voor de hand liggen, niet al te genuanceerd of lang over nagedacht: concreet, hard, klassiek, wetenschappelijk, onvrij, vechten, individualistisch, ervaring.
  2. Rede zijn de standpunten vooral gebaseerd op rede, op moderne wetenschap, logisch: redelijk, rationeel, tussenin, modern wetenschappelijk, objectief, vrij, pragmatisme, precies.
  3. Gevoel zijn de standpunten gebaseerd op gevoel en samen: romantiek, vloeit, tussenin, vrijheid, idealisme, sociaal, subjectief, niet zo precies.
  4. Metafysisch zijn de buitenwereldlijke standpunten: hogere sferen, God, overgave, mysterie, lichtvoetig, onbegrijpelijk, vaag.

Ik maak zelf niet echt keuzes in mijn filosofie. Ik zwerf tussen simpel, redelijk en gevoel. Ik zwerf bijvoorbeeld tussen “natuurlijk ben ik een zelf, gewoon dit lijf”, “ik ben een zelf wat ik schep in mijn brein” en “ik ben een zelf omdat anderen mij zo zien en ik heb anderen nodig om mijzelf identiteit te geven”. Het metafysische vind ik eng. Ik heb geen van God of anderszin gegeven ziel. Alhoewel ik ook dat niet helemaal uitsluit.

Brené Brown, De kracht van kwetsbaarheid

Brene Brown, De kracht van kwetsbaarheid, Boekcover      Het uittreksel is gevisualiseerd. De rode lijn is:

  1. Verbondenheid is de reden van ons bestaan. We zijn kwetsbaar, we wapenen ons tegen kwetsbaarheid, we schamen ons als we niet voldoen aan eisen van anderen. We voelen dan schaamte, zijn bang dat we de verbondenheid met anderen verliezen. Dan worden we boos, vluchten, of cijferen onszelf weg en verliezen verbondenheid.
  2. Advies is: toon je kwetsbaarheid en creëer verbondenheid. Voel, deel wat je voelt, en krijg reactie daarop.
  3. Hoe? toon moed en voel echt, laat hierin positief en negatief toe, wees overtuigd dat je betrokkenheid en liefde waarde ben, accepteer jezelf, ik ben genoeg, ik heb genoeg, stel grenzen en heb zelfcompassie, oefen schaamtebestendigheid, spiritualiteit, beoefen dankbaarheid, zoek steun.

Methode en structuur boek

Brené Brown volgt voor haar inzichten die ze in “De kracht van kwetsbaarheid”– engelse titel “Daring Greatly” – uit 2012 naar voren brengt de gefundeerdetheoriebenadering. Volgens deze benadering worden theorieën ontwikkeld die gefundeerd of gegrond zijn in de werkelijke ervaringen van mensen. Hiertoe worden vooral interviews gehouden waarbij er uitgegaan wordt van een onderwerp of thema. De deelnemers definiëren het probleem. De gegevens die hieruit naar voren komen worden op een gestructureerde manier geanalyseerd. Een bottum-up methode dus.

Brené Brown heeft deze methode in het verleden toegepast op “verbonden zijn”, “schaamte” en “kwetsbaarheid”. De inzichten zijn dus gebaseerd op de inzichten van de geinterviewden in de terminologie van Brené Brown: ik voel me verbonden omdat ik me kwetsbaar opstel. Waarom dat zo is, is niet onderzocht. Het is niet een methode waarin een hypothese wordt gesteld die vervolgens onderzocht wordt. Misschien hierdoor wordt er een grote hoeveelheid termen en categoriën gebruikt die allemaal met elkaar samenhangen, maar niet altijd is duidelijk op welke manier en waarom.

Wat verder door elkaar heenloopt is dat het deels bevlogen zelfhulpboek is, deels beschrijvend wetenschappelijk onderzoek en deels maatschappijkritiek.

Ten aanzien van de adviezen bestaan deze uit: heb inzicht in wat de foute dingen zijn, doe niet de foute dingen, of ga anders om met de foute dingen en doe de goede dingen. Bijvoorbeeld: herken schaamte, blijf weg bij schaamte, en als het dan toch gebeurt wees schaamtebestendig, maar wees vooral genoeg voor jezelf zodat je je überhaupt niet schaamt.

Opmerkingen

Kwetsbaar wordt als neutrale term bedoeld, is volgens mij hetzelfde als voelen, en kan positief en negatief zijn, dus blij en boos. Maar de nadruk ligt door de woordkeuze toch op de negatieve gevoelens. Dit doet ze omdat mensen de negatieve gevoelens tegenhouden, en daarmee ook de positieve. Wees kwetsbaar, laat de negatieve gevoelens toe, en daarme ook de positieve, en wordt gelukkiger en vindt verbinding. Maar eigenlijk is het dus: voel.

Ze gaat door op schaamte. Volgens mijn interpretatie is dat een type kwetsbaarheid (of gevoel). Schaamte is angst voor onverbondenheid, omdat je volgens een of andere norm iemand bent die niet goed genoeg is. Soms wordt schaamte opeens als objectief afkeurenswaardig gedrag gebruikt, terwijl het toch om een norm en gevoel gaat.

Brené Brown zegt: “Onderzoekers zien geen enkel verband tussen schaamte en positieve factoren” (p 78). Evolutionair moet dit toch een reden gehad hebben, als die er niet nog steeds is. Schaamte zorgt dat mensen zich aan de normen van de groep houden, en dat is vaak handig en nodig, volgens mij.

Waarom vervallen mensen in de negatieve spiraal? Dat wordt niet duidelijk. Mensen beschermen zich tegen kwetsbaarheid (zie Hoofdstuk4, p 114) op allerlei manieren en schaamte lijkt nog veel erger en nergens voor nodig.

… en Heidegger

In termen van Heidegger: Schaamte is vervallen zijn in het men. Je moet een kunnen-zijn zijn, authentiek, zelf kiezen, jezelf zijn en laten zien.

Volgens Heidegger wordt een erzijn opgeroepen het kunnen-zijn in te vullen door de angst voor het leven en de dood. De belangrijkste angst van de mens is volgens Brené Brown de angst voor onverbondenheid. Brown geeft aan dat je moed moet hebben om kwetsbaar te leven.

Volgens Brené Brown is schaamte slecht, altijd, en dient het nergens toe. Volgens Heidegger moet je af en toe vervallen in het men leven, je kunt niet altijd authentiek een kunnen-zijn zijn.

Hoe een kunnen-zijn zijn is concreter bij Brown, namelijk door kwestbaar te leven, en de hele rits aan strategiën die daar bij hoort.

… en RET

De kern van de rationeel-emotieve therapie komt erop neer dat niet de gebeurtenissen in je leven bepalen hoe je je voelt, maar de manier waarop je tegen die gebeurtenissen aankijkt. Brené Brown past dit natuurlijk toe op schaamte: wat is nou de norm en wil je je daar wel aan houden?

Heidegger, Zijn en Tijd

Hierbij een samenvatting van Heidegger’s “Zijn en Tijd” en wat het lezen en de leesgroep me gebracht heeft. Ik heb het uit mijn hoofd op papier gezet; ik heb niet een samenvatting gemaakt en die steeds verder ingedikt, dan verzuip je. Er hoort een grote disclaimer bij; alhoewel het onzettend interessant is en ik er veel van heb opgestoken, begrijp ik grote delen niet.

De inhoud

Je kunt oneigenlijk en eigenlijk leven. Oneigenlijk is dat je alleen in het nu en in het verleden leeft, dat je geen eigen keuzes maakt, maar doet wat het men van je verwacht. Eigenlijk is dat je zelf je eigen keuzes maakt.

De mens is een erzijn. De wereld en jijzelf zijn niet uit elkaar te trekken. Het is een eenheid. Jij bent niet zonder de wereld, de wereld is niet zonder jou. Jij denkt niet over de wereld of begrijpt de wereld; er is een interactie tussen jou en de wereld die jouw begrip uitmaakt. Er zit geen volgordelijkheid in. Het is gelijkoorsponkelijk. Alles wordt op elkaar geplakt, danwel alles staat open naar elkaar toe. Het groeit en ontstaat en was er al.

Het erzijn a) is geworpen in zijn facticiteit. Hij bevindt zich ergens, hij vindt zichzelf in een bepaalde omstandigheid en plaats. Qua ouders, plaats, genen, wie hij tegenkomt. Dat is het verleden, dat bepaald waar je je nu bevindt. Het erzijn b) vervalt in het nu. Het doet – zonder na te denken of te kiezen – wat het men van hem verlangt. En het erzijn c) is een kunnen-zijn. Wat niet betekent dat je achter de tekentafel de opties op een rij kan zetten en kan kiezen. Maar op dezelfde manier als dat de wereld en de mens op elkaar geplakt worden, worden verleden, heden en toekomst op elkaar geplakt, danwel staan naar elkaar toe open. Je kunt je kunnen-zijn kiezen, vanuit je facticiteit (verleden) en vervallenheid (heden, men). Maar je was altijd al wat je ging kiezen J.

Dit kiezen voor je kunnen-zijn wordt mogelijk gemaakt, je blijft niet hangen in je vervallenheid, door je geweten, wat wakker wordt gemaakt door je angst. Angst is de realisatie dat je leven eindig is, angst voor het bestaan als zodanig. Deze realisatie maakt het leven of het zelf ook tot een geheel. De tijd is dus de voorwaarde waaronder een eigenlijk erzijn ontstaat.

Wat brengt het me

Je leert denken en analyseren  en gevoeligheid voor taal ontwikkelen. Hij doet voor hoe taal je denken bepaald. Door alle neologismen, die hij niet direct definieert, maar neerzet en waar hij steeds meer connotaties omheen bouwt, begin je te zien hoe taal werkt. Er zitten nieuwe concepten in waardoor je op een nieuwe manier over de wereld kunt nadenken. Zonder die concepten kan dat niet.

Een extra motivatie om eigenlijk te leven. Om zelf te kiezen. Meer inzicht in wat zelf kiezen betekent. Dat dit niet los staat van de wereld. Dat dit niet los staat van de omstandigheden waarin je je bevindt en van wat men vindt en wil. Dat het een rare mix, gelijktijdigheid is van kiezen en al gekozen hebben. En dat het toch ook jouw waarheid is waarin je jouw keuzes maakt.

Meer inzicht en handvatten om na te denken over ik en de wereld en de tijd.

Plezier. In het denken en zien. De intellectuele uitdaging volbrengen. Niet de deur uithoeven en zoveel meemaken.

De leesgroep waarin iedereen wel naar elkaar moet luisteren, omdat niemand kan claimen het volledig te begrijpen. Zaken die uitgelegd worden. Luisteren naar ieders standpunten en gedachten. En jezelf beter begrijpen omdat je opeens zaken aan het uitleggen bent.

Luc Peire, Environment III

I was in the Auckland Art Galery and saw this artwork. A box of 3 x 3 x 2,5 meter you could – first take your shoes off – enter. I looked up and was amazed. I took the picture below. I have of course seen this effect of opposing mirrors before. But this was up. As if I was floating, alone, endless space, amazement.

When I got out I looked at the description. The artwork was named Environment III (1973) and there was a statement by the artist Luc Peire (1916-1994).

man lives
     standing upright
and for me
     the vertical
     pointing up
     or pointing down
is life
     and has been
     for years
the voice
the light
the shadow
     of my work
as in it I have sought
     for space
     for space quite free
of limits or constraint
that I attain
     the vertical infinite
     the limitless
     space
let whom accepts
     my message
see what I have wrought
enter into it
environed by it
     environed within it
may he be alone
     inside it
withdrawn from all others
     even from his world
from all
     all by my world
     and emptied of all
     save himself
     alone
without support
     floating
in endless
for the endless
     vertical
denotes endless space
let him
     then
be himself
in the world of my creation
an elevation to some
     a chasm in other eyes
but alone
     in my environment
where nothing moves
which is neither game
     nor transient spectacle
but silence
but contemplation
     of either confrontation
     by it
     or communion
with the ever-rising
     the luminous hollow
     ascending

“the vertical … is life” and ” communion with the ever-rising”. Wow, this really reflects my experience. And it makes you think: how can something so concrete as the vertical ring religious bells?

Geld opnemen ATM banken in Nieuw Zeeland

Ik heb met een ING betaalpas bij verschillende banken middels de ATM geld (NZD, New Zealand Dollar) opgenomen. De koersen die ik uiteindelijk kreeg waren als volgt:

-0,635 ANZ =100
-0,636 ASB =100
-0,653 HSBC +3%
-0,658 BNZ +4%
-0,662 Westpac +4%
-0,697 Travelex +10%

Travelex was op het vliegveld. Een klassieker: nooit of zo min mogelijk geld kopen op het vliegveld. Drie tot vier procent verschil vind ik ook nog interessant. Dus pin bij ANZ of ASB.

Zoeken: Hoe pin ik in Nieuw Zeeland. Beste bank Nieuw Zeeland. ATM Nieuw Zeeland. Pinpas. ING.

Normen en waarden in Nederland

Ik ben bezig geweest met volgens de Socratische methode filosoferen met kinderen. Mijn vraag daarbij werd ten aanzien van de doelstelling: wil je ze a) filosofische kenis bijbrengen, b) leren denken of c) de juiste normen en waarden aanleren? Het antwoord: Nou de eerste natuurlijk niet, dat is te theoretisch en zowel b) als c).

De impliciete aanname die gedaan wordt is dat door goed met elkaar te praten op een logische wijze de juiste waarden en normen naar boven komen. Of dat de juiste waarden en normen in de vorm van elkaar accepteren in verscheidenheid al bestaat en verschil van inzicht dus niet tot botsingen leidt.

Mijns inziens klopt dat niet. Normen en waarden zijn niet of hoeven niet logisch te zijn. Ik heb net het boek “Een middeleeuwse vendetta: Gent 1300” van Wim Blockmans gelezen. Daarin geeft een abt de opdracht iemand (een knecht van een neef van een clanhoofd) te vermoorden omdat er drie maanden eerder een klap is uitgedeeld. In een Socratisch gesprek in 1300 had deze meneer zondermeer uitgelegd waarom dat juist is.

Zoals David Pinto in de Volkskrant van 6 april 2012 zegt: “Het moderne en beschaafde Nederland eist:

  • gelijke bejegening en behandeling van man en vrouw, respect voor homoseksuelen,
  • positief omgaan met kritiek, ook in teamverband,
  • vertrouwen schenken, ook aan mensen van de ‘out-groep’,
  • niet discrimineren, ook Joden niet,
  • vrijheid van meningsuiting, ook over religie,
  • scheiding van kerk en staat volledig accepteren,
  • emotiebeheersing, accepteren dat empathie geen teken van zwakte is maar juist van kracht,
  • anti-autoritair gedrag accepteren en toepassen,
  • leren en accepteren dat humor en typisch Nederlands ‘geinen en jennen’ geen racisme is.”

Spinoza

De laatste tijd ben ik met Spinoza bezig geweest. Ik heb “de draagbare Spinoza” en “Jan Knol, En je zult Spinazie eten” gelezen, weekendcursus Spinoza op de ISVW gevolgd en een goed overzicht van al zijn boeken gevonden door Piet Steenbakkers. Hiervan heb ik uittreksels gemaakt: basis, Ethica en Tractatus theologico-politicus.

De Ethica is moeilijk te lezen. De interpretaties lezend denk je: “stond dat er?” Het suggereert een sluitend systeem, met de aanpak van definities, axioma’s en stellingen die bewezen worden. Dit intrigeert en ik zou (als ik eeuwig leefde, als in zeg 1000 jaar) alles willen begrijpen. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de crux hem zit in de definities en de axioma’s. Daarin stelt hij, door hem te definiëren, dat er een God is. En hij stelt de deterministische wereld waarin alles causaal verbonden is.

Mooi is dat hij zeer gefocust op een te definiëren ethiek begint bij God (een substantie met oneindige attributen, de natuur), afdaalt naar de mens (geest en lichaam als modussen van denken en uitgebreidheid, onderdeel van de natuur), via een kennistheorie (imaginatio, ratio en intuitio) naar de beïnvloeders op het menselijk leven (affecten via de imaginatio) en de adviezen dit te begrijpen en te beheersen met de ratio. Dan “zie” je met je intuitio de noodzakelijkheid van het leven, van de natuur, van God en ben je blij.

De theorie van de affecten (vergelijkbaar met emoties en gevoelens) begrijp ik niet helemaal. De stelling dat de ratio nooit fout zit begrijp ik niet. Dat je met je ratio je gevoelens kunt beheersen is echter een goed advies. En dat je accepteert dat je niet alles beheerst is ook een goed advies.

Mijn grootste probleem zit in het determinisme. Ik geloof niet dat alles vastligt. Ik krijg mijn hoofd niet om de gedachte dat als alles vastligt, dat het dan zin zou hebben om na te denken of om een ethiek te schrijven of te volgen. Bewijs uit het absurde: in de big-bang van 4,2 miljard jaar geleden ligt vast dat ik dit zinnetje schrijf. Ik zal echter nooit een determinist kunnen overtuigen: die zal altijd blijven zeggen: ja. jij dénkt dat je vrij bent. De manier om het aan te tonen? Stel je voor dat je iemand vraagt om een getal onder de tien te noemen. Hij zegt drie. Om aan te tonen dat dit middels de vrije wil ook anders had kunnen zijn, zou je terug moeten gaan naar precies hetzelfde punt en het weer moeten vragen. Dit kan niet. Daarom is het determinisme volgens mij een geloof.

Ik geloof juist dat het leven uit het niets is ontstaan. En dat is de meest karakteristieke eigenschap van het leven: ontstaan uit niets. Zowel het ontstaan van de eerste 1-celligen, het ontstaan van verschillende soorten, als dat ik gedachten uit het niets kan scheppen. Vervolgens heb ik een keuze om met die gedachten iets te doen, om ze mijn gedrag te laten beïnvloeden. Dat is mijn vrije wil, en dat ís mijn bewustzijn. Want als ik geen invloed zou hebben, dan zou ik niet bestaan. Waarbij die vrije wil die ik heb zeker niet absoluut is. Het meeste van wat ik doe, doe ik automatisch, vanuit de stoffelijkheid. Maar met mijn geest kan ik ingrijpen (vooral nee zeggen) of actief alternatieven scheppen.

En als het nou toch een geloof is, determinist of vrije-willer, dan kies ik voor het laatste. Dat is toch een veel leuker leven?