Jordan Peterson, Tragedy vs Evil

Inleiding

Ik heb “Tragedy vs Evil” van Jordan Peterson op YouTube beluisterd en bekeken en uittreksels van gemaakt: een basis-uittreksel, wat ik on the fly in het Nederlands heb vertaald, is een beetje onevenwichtig: in het begin nog samenvattend wordt het aan het eind letterlijk uitgeschreven. En een globaal één A4-schema. De video is met veertig minuten te overzien en bevat veel van Peterson’s kerngedachten, vooral op de gebieden die mij interesseren: de condition humaine, hoe goed te handelen en waarom geloven mensen?

Samenvatting

Peterson legt uit dat de mens bepaalde beperktheid is en dat buiten de mens onbepaalde oneindigheid ligt. In de mens botsen deze twee: de oneindigheid overspoelt of dringt binnen bij de mens. En daar ontstaat tragiek uit: aardbevingen, kanker, geestelijke ziekte en roofdieren. De beperktheid kun je als goed zien: daaruit ontstaat de mogelijkheid te kiezen, en dus de vrijheid en verhalen. Idem voor de kwetsbaarheid: dat is waar je in de ander van houdt.

De mens wordt zich hiervan bewust. Hij krijgt bewustzijn over zijn kwetsbaarheid. Direct na zijn bewustzijn, en zijn mogelijkheid tot keuze, ontstaan goed en kwaad. (Adam en Eva). Hoe moet de mens reageren op dat zelfbewustzijn en die kwetsbaarheid?

  • Abel volgt de juiste manier door te “offeren”: een nederige opstelling tegenover de oneindigheid, confronteren van de kwetsbaarheid en de juiste beslissingen nemen en de juiste zaken opgeven of laten gaan. 
    • Je kunt het goede leren door je in het slechte te verdiepen, zoals het lezen van de Gulag Archipel van Solzjenitzyn.
  • Kaïn is het tegenovergestelde hiervan. Hij trekt zich terug uit de oneindigheid en vertrouwt op zijn eigen slinkse plannen. Dit loopt slecht af. 
    • Slechtheid is niet nodig, vrijwillig, heeft een soort esthetiek, verstoorde grappigheid, viering van gruweldaden, vernedering.
    • Slechtheid ontstaat uit wrok en arrogantie en het zelfbewustzijn van iemands kwetsbaarheid.
    • Peterson waarschuwt: met onze technologische macht wordt het nog belangrijker om het goed te doen.

Geloof is een manier om om te gaan met de het oneindige en onbekende: het vult de gaten van de kennis in. Hierdoor ontstaat ook de behoefte van mensen om vast te houden aan hun geloof, en dat is nodig, maar ook is het verdedigen van het geloof te vuur en te zwaard potentieel erg gevaarlijk.

Persoonlijk

Peterson weet als geen ander het abstracte met het concrete te verbinden. Ik heb een beeld wat het bepaalde beperkte in mij is, en hoe ik zelf met de confrontatie met het onbepaalde oneindige omga. Misschien kan ik best wat meer voor openstaan voor het oneindige, het onbekende, het onvoorspelbare, het onbegrijpbare en mij wat meer er aan overgeven in plaats van het te bevechten en (proberen) te beheersen.

Het is interessant hoe hij de uitspraak van de Buddha: “het leven is leiden” een stapje abstracter uitlegt: het leven is leiden omdat in de mens de beperktheid met de oneindigheid botst.

Het geeft antwoord op de vraag: Waarom geloven mensen? Het religieuze houdt zich bezig met de botsing tussen beperktheid en oneindigheid, hoe daar mee om te gaan. De mens heeft dat nodig. Dit omvat de antwoorden die ik zelf vroeger had. Mensen geloven in God omdat ze daarmee alles verklaren wat ze niet begrijpen, van waarom bestaat de aarde, via waarom valt een appel tot waarom is mijn kind gestorven. En als je in God gelooft en gelooft dat alles goed komt als je het goed doet, maakt dat het makkelijk om je over te geven aan dat de rest loopt zoals het moet lopen en je over te geven aan de oneindigheid en de onvoorspelbaarheid; dat geeft rust.

Wat ik prachtig vind is de uitleg waarom de beperktheid en kwetsbaarheid kern zijn van het mens zijn en nodig. Zonder beperkheid geen keuze en vrijheid, zonder kwetsbaarheid geen liefde.

Ergens vind ik dat je van het kwetsbare houdt nog een moeilijke te begrijpen gedachte. Ook dat je het goede zou leren door de Gulag Archipel te lezen. Die moet ik in de toekomst verder onderzoeken.

On Happiness

I stumbled upon the title “Happiness: A History by Darrin McMahon”. And from there upon a review by Roslyn Ross on Good Reads (pdf). Even though she gives five stars and writes “I loved this book”, I will probably never read it because of her quote from the book to show it’s unreadability: “Strong black coffee to clear the head of an evenings wine, his work served as a sobering reminder of the ancient wisdom of the Christian Fall.”

Roslyn Ross continues her review with a brilliant and concise summing up of the different views on happiness. Which I couldn’t help but put in a schema.

“Happiness” is often the answer from people on what the goal of life is. I doubt it. Of course it would be nice to be happy. But to define it as the single goal in life doesn’t make sense to me. There are a lot of things to do that just don’t make you happy. For example make sure you have food and shelter and help the people around you. The shortest way to happiness would be to use drugs and that does not seem to cut it.

Anyways, my view on happiness, following the columns of the schema:

  1. I can relate to that happiness doen’t exist on this earth. But it doesn’t move me very much. Life can be very tragic, happiness is indeed an ideal. Heaven is not a solution for me; we are talking happiness here and now.
  2. How to live doesn’t move me very much either. For some people it might be good advice, but it is too limited for me. I want to choose for myself and understand.
  3. Insight in happiness is mostly my cup of tea. Happiness has to do with desire. If you fulfill your desire you are happy, if your desire is not fulfilled you are not happy. Accept that the world works like that. (More of an Hinduist, Buddhist, Tantra way of looking).

Architecture Framework from The Open Group (TOGAF)

I studied TOGAF for the last four months. After training in April and May 2017, and a lot of study, I did the exam and was certified at level 2, with a score of 88,5%. During my studies I have made a summary of the basic concepts based on the study guide. And I have made some summaries per ADM phase: the objectives, the chapters, the deliverables, the steps in phase A, B, C, D, E and F and the steps in phases P, G, H and RM. I have retyped the table of contents, summarized chapter 23 the architecture principles  and made overviews of all figures and all figures very small.

And I made my own overview, not following a TOGAF scheme, but sort of an onion scheme of the organization and the deliverables per layer.

TOGAF

TOGAF is a good piece of work. A lot of cross-references are made how the different concepts relate to each other. Sometimes the method is too elaborate in describing every detailed step, like the step “schedule meeting”. The business-part makes it sometimes difficult, because it is the thing that manages the architecture, whereas at the same time the architecture development wants to change it. All this together makes it a lot and difficult to come to grips with the standard.

TOGAF is 70% process. The content model part IV is where you really learn something about how to design an architecture. Summaries of the contentmodel and the artifacts are helas missing in this post.

TOGAF is very top-down, whereby there seems nothing left for the application-design to do. The flebility is in using the method itself, in defining the iterations any way you deem necessary.

Architecture versus application design

Where stops architecture development and begins application design? It seems like TOGAF does not make the distinction; the method can be applied to architecture and application design. While modelling an IT-problem the granularity of the requirements and of the solutions need to match.

What are architecture requirements and how are they related to business requirements? At first I thought architecture requirements were a subset of or were derived from business requirements. But it is the other way around: business requirements are a subset of architecture requirements, next to data-, application- and technology-requirements.

In what detail do you document the architecture requirements? Intuitively I expect an architecture to be more global, about how systems work together. TOGAF does not say anything about the detail needed; it seems like all requirements are architecture requirements and need to be documented. My interpretation would be: architecture requirements need to be documented to the level they influence the architecture, to the level the architect deems necessary.

Zachman is clearer in this aspect. The basic idea is that you reificate from the conceptual level to the concrete level; from the business-idea to working code. And in between there is a level where the architect is responsible.

De twintigste eeuw: onzekerheid en individualiteit

Ik heb “Vreemder dan je je kunt voorstellen, een alternatieve geschiedenis van de twintigste eeuw” van John Higgs gelezen. Ik vind het een slechte titel, maar een goed boek. Het is heel leuk om aan de hand van allerlei sleutelfiguren door zoveel aspecten van de twintigste eeuw geleid te worden. Knap werk.

Ik heb een beetje slordig uittreksel gemaakt en geprobeerd een rode lijn te vinden in wat de twintigste eeuw nou karakteriseert. Ik kom op twee rode lijnen: 1) geen zekerheid en 2) individualisme.

In de twintigste eeuw is alle zekerheid gaan schuiven. Er is geen centraal punt meer waar alles om draait, vanuit waar zaken bekeken worden of die de waarheid vertegenwoordigen. Alles kan gerelativeerd worden. Natuurkundige wetten blijken ook onzekerheid of een zekere mate van onvoorspelbaarheid in zich te dragen. De wereld word door een deel van de mensheid als absurd en betekenisloos beschouwd. Er is een continue vernieuwing gaande die doel op zich is geworden.

En het individu is heel belangrijk geworden. Het gaat veel meer om “ik wil” en “ik voel”, gekoppeld aan de “ik wil geld”. Bedrijven zijn moeilijk te verantwoording te roepen en bestaan om te groeien zodat er meer geld voor de aandeelhouders wordt verdient. Wat die groei voor het niet-economische deel van de wereld betekent wordt niet beheerst.

Nou ja, nogal zwart/wit natuurlijk, en beperkt. Sorry daarvoor.

Het boek eindigt met een halleluja conclusie dat het met het internet en de sociale netwerken die daardoor ontstaan allemaal goed komt. Dus dat is goed nieuws ;-).

Covey, De zeven eigenschappen van effectief leiderschap

7 Eigenschappen
Het doel van Covey in “De zeven eigenschappen van effectief leiderschap” is – verderop meer daarover – hoe samen tot een synergetische oplossing te komen. Handig voor in het bedrijfsleven en privé.

  • Hiertoe wordt een ontwikkeling beschreven van afhankelijkheid via overwinningen op jezelf naar onafhankelijkheid. 1. Wees proactief. Je hebt keuzevrijheid. 2. Begin met einde voor ogen. Bepaal zelf je principes. Herschrijf je script. Bepaal je doel. Leiderschap. 3. Belangrijke zaken eerst. Plan. Geef voorrang aan belangrijke – en niet urgente – zaken. Maak jezelf beloftes. Houdt rekening met mensen, die gaan soms voor de planning. Delegeer. Management.
  • En van onafhankelijkheid via overwinningen met de omgeving naar wederzijdse afhankelijkheid. Covey stelt dat je niet de onafhankelijkheid kunt overslaan. 4. Denk win-win. 5. Eerst begrijpen dan begrepen worden. Luister empathisch. 6. Creëer synergie.
  • Daarnaast 7. Houd de zaag scherp. Ontwikkel jezelf op lichamelijk, geestelijk, spiritueel en sociaal-emotioneel gebied.

Principes
Covey begint het boek met te stellen dat je vanuit principes moet leven.

  • Hij gebruikt het bestuderen van 200 jaar literatuur als kwaliteitskenmerk, maar legt nooit uit welke literatuur hij nou gebruikt om tot déze 7 gewoonten of principes te komen en welke principes uit welke bronnen hij laat liggen en waarom. Aan het eind van het boek zegt hij dat volgens hem persoonlijk de principes van God komen.
  • Je moet/mag in stap 2 je principes kiezen, maar de principes lijken ook gegeven te zijn in de wijsheidsliteratuur. Er blijken dus goede en foute antwoorden te zijn.
  • De zeven stappen worden in de Nederlandse vertaling 7 “eigenschappen” genoemd, in het Engels 7 “habits”, en niet helemaal duidelijk is voor mij of dit ook de 7 principes zijn. Zijn nu de zeven eigenschappen/gewoonten voor Covey de zeven allerbelangrijkste principes?
  • Hoe zit het dan met bijvoorbeeld Aristoteliaanse principes als integriteit, nederigheid, trouw, gematigdheid, moed, rechtvaardigheid, geduld, ijver, eenvoud, bescheidenheid en de gulden regel? Of moet je principes zoeken op het niveau van: “ik wil weeskinderen in Roemenie dienen”, zoals hij het doel van zijn kleinkind aanhaalt. En hoe zit het met “liefde” als principe zoals andere Christenen dat als leidend voor het Christendom zien?

Dubbele bodem
Het boek wordt geafficheerd als managementboek hoe resultaat te boeken. Tegelijkertijd claimt het tussen de regels door dat deze aanpak geldig is voor het gehele leven: dat je op deze manier gelukkig wordt, succes heb, zekerheid voelt en op de goede manier samenleeft met familie, vrienden en collega’s. Deze inhoud, dat het ook spiritueel is, betrekking heeft op hoe je moet leven, en wat dan het doel van het leven is, wordt niet geexpliciteerd. Hierdoor voelt het alsof er een dubbele bodem in zit.

Conclusie
Het is echt een nuttig en handig boek hoe samen tot een synergetische oplossing te komen vol goede concepten en aanpakken. Zoals het hoofdstuk over eigenschap 5, waarin de principes van empatisch luisteren worden beschreven. En het nog niet genoemde P/PM concept, wat staat voor Produktie en ProduktieMachine. Als de produktie niet goed is, kijk dan ook en vooral naar de produktiemachine. En autobiografisch luisteren, wat luisteren is om vanuit je eigen referentiekader te reageren. Zie verder de twee uittreksels van 1 pagina en van 2 pagina’s.

Kritisch ben ik op Covey’s doel en zijn keuzes. Het lijkt duidelijker als je alles leest in het licht van een Goddelijk gebod. Maar zoiets als het Christendom als liefde krijgt weinig aandacht; het legt meer nadruk op werken en succes. Dat lijkt mij een nogal Calvijns idee. Is de verborgen boodschap dat werken Goddelijk is?

Voor mij kan een doel stellen en najagen zoals door Covey beschreven “Goddelijk” zijn, als in jij en je omgeving worden er gelukkig van. Echter, het moet wel in balans zijn met niets doen, met laten gebeuren en met ruimte om te kijken en te zien wat de omgeving je brengt.

Frankfurt, The Reasons of Love

Inleiding
Ik ben bezig met boeken over de liefde te lezen. Al lezende kwam ik bij Frankfurt, The Reasons of Love uit. Een mooi helder boekje van slechts 100 pagina’s. Ik heb een lang uittreksel, een korte en één met steekwoorden.

Frankfurt, The Reasons of LoveDe reden van liefde, oftewel waarom bestaat liefde, is omdat het richting en betekenis geeft aan het leven. Liefde is daarin het beginpunt. Het is geen rationeel besluit, het is geen gevoel. Liefde is belangeloos om iets of iemand geven.

Hiermee zegt Frankfurt wat mij betreft iets zinnigs over het einddoel van het leven, namelijk liefde, en brengt dat ook nog samen met betekenis geven aan het leven. Wow, daar was ik al een tijdje naar op zoek. Het geeft rust. Ik mag ergens van houden zonder dat ik het onderbouw. Het is een beginstation. Een nieuwe oorzaak-gevolg keten die je vanuit vrije wil verkiest te volgen.

Kritiek
Er blijken toch wel zaken te zijn die liefde mede bepalen. Er worden dingen onderscheiden als verlangen, geven om, liefde of houden van en wil en er wordt een “ik” gebruikt. De relaties tussen al die “dingen” lijkt wel altijd twee kanten op. Liefde wordt een configuratie van de wil genoemd, waar volgens mij mee wordt bedoeld dat liefde de wil bepaald en ook andersom de wil de liefde.

Zit er nou wel of geen keuze in liefde? Welke andere invloeden zijn dat dan? Wat is die wil? In “je kiest”, wie is “je”? En hoe of waarmee kies je?

Ook al blijft het verhaal niet helemaal staan voor mij, de richting helpt mij. Liefde of geven om geeft een doel. Dat doel helpt je om betekenis te geven aan het leven. Beter maar dat je niet kritisch onderzoekt waarom je ergens van houdt. En ook: kies waar je van houdt en leef van daaruit.

Andere mooie gedachten
De inleiding van het boek is glashelder. Filosofie is verwondering. Praktische filosofie is verwondering over hoe je moet leven. Wat mag, wat kan, wat wil je.

“Since we do not create ourselves, there is bound to be something about us of which we are not ourselves the cause.” Noot op pagina 20 Omdat we onszelf niet gecreëerd hebben zal er iets zijn wat niet uit onszelf komt. Dat geeft mijns inziens heel helder weer dat we nooit alles zelf kunnen begrijpen en bepalen.

“Autonomy is essentially a matter of whether we are active or passive in our motives and choices …”. Noot op pagina 20 Het gaat er niet om waar alle verlangens en motivaties vandaan komen, het gaat erom hoe je kiest daar mee om te gaan. Dit lost voor degenen die niet in de vrije wil geloven niets op, maar dit is wel zoals ik het ervaar. Je voelt of je wilt iets zonder dat je begrijpt waar het vandaan komt. En met mijn geloof in de vrije wil kan ik ingrijpen.

Het gaat niet om doel als in de stand van zaken in de eindsituatie; het gaat om richting en nuttig bezig zijn. Zonder doel wordt de vitaliteit van het zelf bedreigd. Liefde bindt ons zodat we niet meer hoeven te twijfelen. Dat geeft vrijheid, ruimte voor actie en rust.

Zelfliefde is het verlangen ergens van te houden, leren ergens van te houden. Van jezelf houden is tevreden met je doelen en liefde zijn. Liefde bestaat om leven betekenis te geven, om je gefocust wholehearted in een activiteit te begeven die zinvol is.

Boeddhistisch perspectief op geweld

Ik kwam in contact met “Oecumenische bezinning 2011, Hoe zien religies geweld? Visies op oorlog in jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme”. Het hoofdstuk over Buddhisme vond ik erg helder, zowel qua korte uitleg over het Buddhisme als over het standpunt ten aanzien van oorlog.

Doden mag niet volgens het Boeddhisme. Dat zeggen alle godsdiensten. Ook is het niet realistisch te verwachten dat dat niet gebeurt. Dat zeggen ook alle godsdiensten. Buddhisme zegt dat oorlog alleen uit te bannen is door inzicht, persoonlijk inzicht, door ieder afzonderlijk.

Hierbij de originele brochure en mijn uittreksel van het Boeddhistische standpunt.

Filosofie schema’s gebaseerd op Denken Doorzien

Ik heb een uittreksel gemaakt van de 22 afleveringen van de Teleac TV-serie “Denken Doorzien”, waarin de gehele westerse filosofie wordt behandeld.

Denken Doorzien

Deze heb ik tot een half A4-tje per aflevering teruggebracht. Hier heb ik schema’s per DVD van gemaakt: 1, 2, 3 en 4. Deze heb ik samengevoegd tot één schema op onderwerp en een schema waarin op het laagste niveau de standpunten zijn samenvoegd. En ik heb per hoofdonderwerp een typering gemaakt van filosofische standpunten.

De schema’s zijn voor mensen die niet al wat van filosofie weten misschien niet echt te lezen, want erg summier. Hieronder staan mijn conclusies die wel te lezen zouden moeten zijn voor iedereen.

Filosofie richt zich op het denken en weten, vooral op de vragen waar geen antwoord op is. Als er wel een antwoord op is dan is het wetenschap: vroeger was bijvoorbeeld de vraag waar materie uit bestond filosofisch, nu is het fysica. Filosofie houdt zich bezig met:
DD schema

  1. de mens: wat is de mens, heeft de mens een zelf, een identiteit en waar bestaat een mens uit?
  2. de wereld: wat is de wereld en kun je die kennen, wat is werkelijk, wat is tijd?
  3. kennis: wat is waarheid, wat is de bron van kennis, hoe werkt de wetenschap?
  4. betekenis: begrijpen we elkaar, wat is kunst?
  5. met anderen: wat mag en moet je doen, hoe worden dingen verdeeld?
  6. vrije wil: kan een mens kiezen of ligt alles vast?
  7. zin: wat is de zin van het leven, bepaal je die zelf of wordt die gegeven, heeft de wereld een patroon?

Ik heb vier stromingen van standpunten onderscheiden:

  1. Simpel zijn standpunten die voor de hand liggen, niet al te genuanceerd of lang over nagedacht: concreet, hard, klassiek, wetenschappelijk, onvrij, vechten, individualistisch, ervaring.
  2. Rede zijn de standpunten vooral gebaseerd op rede, op moderne wetenschap, logisch: redelijk, rationeel, tussenin, modern wetenschappelijk, objectief, vrij, pragmatisme, precies.
  3. Gevoel zijn de standpunten gebaseerd op gevoel en samen: romantiek, vloeit, tussenin, vrijheid, idealisme, sociaal, subjectief, niet zo precies.
  4. Metafysisch zijn de buitenwereldlijke standpunten: hogere sferen, God, overgave, mysterie, lichtvoetig, onbegrijpelijk, vaag.

Ik maak zelf niet echt keuzes in mijn filosofie. Ik zwerf tussen simpel, redelijk en gevoel. Ik zwerf bijvoorbeeld tussen “natuurlijk ben ik een zelf, gewoon dit lijf”, “ik ben een zelf wat ik schep in mijn brein” en “ik ben een zelf omdat anderen mij zo zien en ik heb anderen nodig om mijzelf identiteit te geven”. Het metafysische vind ik eng. Ik heb geen van God of anderszin gegeven ziel. Alhoewel ik ook dat niet helemaal uitsluit.

Brené Brown, De kracht van kwetsbaarheid

Brene Brown, De kracht van kwetsbaarheid, Boekcover      Het uittreksel is gevisualiseerd. De rode lijn is:

  1. Verbondenheid is de reden van ons bestaan. We zijn kwetsbaar, we wapenen ons tegen kwetsbaarheid, we schamen ons als we niet voldoen aan eisen van anderen. We voelen dan schaamte, zijn bang dat we de verbondenheid met anderen verliezen. Dan worden we boos, vluchten, of cijferen onszelf weg en verliezen verbondenheid.
  2. Advies is: toon je kwetsbaarheid en creëer verbondenheid. Voel, deel wat je voelt, en krijg reactie daarop.
  3. Hoe? toon moed en voel echt, laat hierin positief en negatief toe, wees overtuigd dat je betrokkenheid en liefde waarde ben, accepteer jezelf, ik ben genoeg, ik heb genoeg, stel grenzen en heb zelfcompassie, oefen schaamtebestendigheid, spiritualiteit, beoefen dankbaarheid, zoek steun.

Methode en structuur boek

Brené Brown volgt voor haar inzichten die ze in “De kracht van kwetsbaarheid”– engelse titel “Daring Greatly” – uit 2012 naar voren brengt de gefundeerdetheoriebenadering. Volgens deze benadering worden theorieën ontwikkeld die gefundeerd of gegrond zijn in de werkelijke ervaringen van mensen. Hiertoe worden vooral interviews gehouden waarbij er uitgegaan wordt van een onderwerp of thema. De deelnemers definiëren het probleem. De gegevens die hieruit naar voren komen worden op een gestructureerde manier geanalyseerd. Een bottum-up methode dus.

Brené Brown heeft deze methode in het verleden toegepast op “verbonden zijn”, “schaamte” en “kwetsbaarheid”. De inzichten zijn dus gebaseerd op de inzichten van de geinterviewden in de terminologie van Brené Brown: ik voel me verbonden omdat ik me kwetsbaar opstel. Waarom dat zo is, is niet onderzocht. Het is niet een methode waarin een hypothese wordt gesteld die vervolgens onderzocht wordt. Misschien hierdoor wordt er een grote hoeveelheid termen en categoriën gebruikt die allemaal met elkaar samenhangen, maar niet altijd is duidelijk op welke manier en waarom.

Wat verder door elkaar heenloopt is dat het deels bevlogen zelfhulpboek is, deels beschrijvend wetenschappelijk onderzoek en deels maatschappijkritiek.

Ten aanzien van de adviezen bestaan deze uit: heb inzicht in wat de foute dingen zijn, doe niet de foute dingen, of ga anders om met de foute dingen en doe de goede dingen. Bijvoorbeeld: herken schaamte, blijf weg bij schaamte, en als het dan toch gebeurt wees schaamtebestendig, maar wees vooral genoeg voor jezelf zodat je je überhaupt niet schaamt.

Opmerkingen

Kwetsbaar wordt als neutrale term bedoeld, is volgens mij hetzelfde als voelen, en kan positief en negatief zijn, dus blij en boos. Maar de nadruk ligt door de woordkeuze toch op de negatieve gevoelens. Dit doet ze omdat mensen de negatieve gevoelens tegenhouden, en daarmee ook de positieve. Wees kwetsbaar, laat de negatieve gevoelens toe, en daarme ook de positieve, en wordt gelukkiger en vindt verbinding. Maar eigenlijk is het dus: voel.

Ze gaat door op schaamte. Volgens mijn interpretatie is dat een type kwetsbaarheid (of gevoel). Schaamte is angst voor onverbondenheid, omdat je volgens een of andere norm iemand bent die niet goed genoeg is. Soms wordt schaamte opeens als objectief afkeurenswaardig gedrag gebruikt, terwijl het toch om een norm en gevoel gaat.

Brené Brown zegt: “Onderzoekers zien geen enkel verband tussen schaamte en positieve factoren” (p 78). Evolutionair moet dit toch een reden gehad hebben, als die er niet nog steeds is. Schaamte zorgt dat mensen zich aan de normen van de groep houden, en dat is vaak handig en nodig, volgens mij.

Waarom vervallen mensen in de negatieve spiraal? Dat wordt niet duidelijk. Mensen beschermen zich tegen kwetsbaarheid (zie Hoofdstuk4, p 114) op allerlei manieren en schaamte lijkt nog veel erger en nergens voor nodig.

… en Heidegger

In termen van Heidegger: Schaamte is vervallen zijn in het men. Je moet een kunnen-zijn zijn, authentiek, zelf kiezen, jezelf zijn en laten zien.

Volgens Heidegger wordt een erzijn opgeroepen het kunnen-zijn in te vullen door de angst voor het leven en de dood. De belangrijkste angst van de mens is volgens Brené Brown de angst voor onverbondenheid. Brown geeft aan dat je moed moet hebben om kwetsbaar te leven.

Volgens Brené Brown is schaamte slecht, altijd, en dient het nergens toe. Volgens Heidegger moet je af en toe vervallen in het men leven, je kunt niet altijd authentiek een kunnen-zijn zijn.

Hoe een kunnen-zijn zijn is concreter bij Brown, namelijk door kwestbaar te leven, en de hele rits aan strategiën die daar bij hoort.

… en RET

De kern van de rationeel-emotieve therapie komt erop neer dat niet de gebeurtenissen in je leven bepalen hoe je je voelt, maar de manier waarop je tegen die gebeurtenissen aankijkt. Brené Brown past dit natuurlijk toe op schaamte: wat is nou de norm en wil je je daar wel aan houden?

Heidegger, Zijn en Tijd

Hierbij een samenvatting van Heidegger’s “Zijn en Tijd” en wat het lezen en de leesgroep me gebracht heeft. Ik heb het uit mijn hoofd op papier gezet; ik heb niet een samenvatting gemaakt en die steeds verder ingedikt, dan verzuip je. Er hoort een grote disclaimer bij; alhoewel het onzettend interessant is en ik er veel van heb opgestoken, begrijp ik grote delen niet.

De inhoud

Je kunt oneigenlijk en eigenlijk leven. Oneigenlijk is dat je alleen in het nu en in het verleden leeft, dat je geen eigen keuzes maakt, maar doet wat het men van je verwacht. Eigenlijk is dat je zelf je eigen keuzes maakt.

De mens is een erzijn. De wereld en jijzelf zijn niet uit elkaar te trekken. Het is een eenheid. Jij bent niet zonder de wereld, de wereld is niet zonder jou. Jij denkt niet over de wereld of begrijpt de wereld; er is een interactie tussen jou en de wereld die jouw begrip uitmaakt. Er zit geen volgordelijkheid in. Het is gelijkoorsponkelijk. Alles wordt op elkaar geplakt, danwel alles staat open naar elkaar toe. Het groeit en ontstaat en was er al.

Het erzijn a) is geworpen in zijn facticiteit. Hij bevindt zich ergens, hij vindt zichzelf in een bepaalde omstandigheid en plaats. Qua ouders, plaats, genen, wie hij tegenkomt. Dat is het verleden, dat bepaald waar je je nu bevindt. Het erzijn b) vervalt in het nu. Het doet – zonder na te denken of te kiezen – wat het men van hem verlangt. En het erzijn c) is een kunnen-zijn. Wat niet betekent dat je achter de tekentafel de opties op een rij kan zetten en kan kiezen. Maar op dezelfde manier als dat de wereld en de mens op elkaar geplakt worden, worden verleden, heden en toekomst op elkaar geplakt, danwel staan naar elkaar toe open. Je kunt je kunnen-zijn kiezen, vanuit je facticiteit (verleden) en vervallenheid (heden, men). Maar je was altijd al wat je ging kiezen J.

Dit kiezen voor je kunnen-zijn wordt mogelijk gemaakt, je blijft niet hangen in je vervallenheid, door je geweten, wat wakker wordt gemaakt door je angst. Angst is de realisatie dat je leven eindig is, angst voor het bestaan als zodanig. Deze realisatie maakt het leven of het zelf ook tot een geheel. De tijd is dus de voorwaarde waaronder een eigenlijk erzijn ontstaat.

Wat brengt het me

Je leert denken en analyseren  en gevoeligheid voor taal ontwikkelen. Hij doet voor hoe taal je denken bepaald. Door alle neologismen, die hij niet direct definieert, maar neerzet en waar hij steeds meer connotaties omheen bouwt, begin je te zien hoe taal werkt. Er zitten nieuwe concepten in waardoor je op een nieuwe manier over de wereld kunt nadenken. Zonder die concepten kan dat niet.

Een extra motivatie om eigenlijk te leven. Om zelf te kiezen. Meer inzicht in wat zelf kiezen betekent. Dat dit niet los staat van de wereld. Dat dit niet los staat van de omstandigheden waarin je je bevindt en van wat men vindt en wil. Dat het een rare mix, gelijktijdigheid is van kiezen en al gekozen hebben. En dat het toch ook jouw waarheid is waarin je jouw keuzes maakt.

Meer inzicht en handvatten om na te denken over ik en de wereld en de tijd.

Plezier. In het denken en zien. De intellectuele uitdaging volbrengen. Niet de deur uithoeven en zoveel meemaken.

De leesgroep waarin iedereen wel naar elkaar moet luisteren, omdat niemand kan claimen het volledig te begrijpen. Zaken die uitgelegd worden. Luisteren naar ieders standpunten en gedachten. En jezelf beter begrijpen omdat je opeens zaken aan het uitleggen bent.